Noodverlichtingsplan in 10 stappen

Noodverlichting is verlichting die gevoed wordt door een bron, die onafhankelijk is van de normale verlichting. Als het goed is, gaat in noodsituaties waarbij de elektrische spanning uitvalt, de noodverlichting aan.

Opstellen van een noodverlichtingsplan in 10 stappen:

  1. Stel vast wat de aard en de omvang van de activiteiten in een gebouw zijn.
  2. Breng daarbij de verantwoordelijkheden in kaart, vooral wanneer sprake is van een bedrijfs-verzamelgebouw met meerdere exploitanten en werkgevers.
  3. Stel de aanwezigheid (capaciteit) en de verwachte verplaatsing van personen vast. Bepaal daarbij:
    - uitgangen en nooduitgangen;
    - vluchtwegen;
    - concentraties van mensen (waar die zich meestal in een gebouw bevinden);
    - plaatsen waar mensen uiteindelijk naartoe kunnen als de veiligheid dat vereist (verzamelplaatsen).
  4. Stel een noodevacuatieplan op. Bepaal daarbij de vluchtroutes voor evacuatie en zorg voor voldoende noodverlichting om de vluchtweg te verlichten. Bepaal de verlichtingsbehoefte bij uitval van de reguliere verlichting voor andere doeleinden (stand-by-verlichting). Bepaal op basis van de risico's (RI&E) het minimale verlichtingsniveau dat nodig is om het gebouw te ontruimen. Maak daarbij onderscheid tussen ruimten met ramen (uitzicht naar buiten) en zonder ramen. Zelfs wanneer het buiten donker is, kunnen ramen mensen helpen met hun oriëntatie om het gebouw te verlaten. In een donker trappenhuis is dat moeilijker. Stel de risicogradaties vast van de verschillende werkplekken en andere ruimtes in het gebouw.
  5. Stel dan een noodverlichtingsplan op. Kies op basis van de risico's tussen de ‘gewone' vlucht-wegverlichting, in combinatie met vluchtwegaanduidingen (pictogrammen), dan wel voor antipaniek-verlichting en verlichting van werkplekken met verhoogd risico.
  6. Zorg voor begrijpelijke en eenduidige pictogrammen, bij voorkeur volgens NEN 6088 voor vluchtwegaanduidingen en eventueel volgens NEN 3011 voor andere veiligheidsaanduidingen, zoals eerstehulpmiddelen en brandslanghaspels.
  7. Zorg voor goed zichtbare aanduidingen. Voor een intern verlichte veiligheidssignalering is de herkenningsafstand tweemaal groter dan dat van een extern aangelichte veiligheidssignalering. De formule voor berekening ervan is: d (herkenningsafstand) = s (100 voor extern verlicht en 200 voor intern verlicht), vermenigvuldigd met p (de hoogte van het pictogram).
  8. Doe een ontruimingsoefening en let daarbij op de begrijpelijkheid van de gekozen vluchtweg-systematiek. Een leidraad voor ontruimingsplannen wordt opgesteld in NTA 8112 (diverse delen).
  9. Laat de gebouwbeheerder een terzakekundige verantwoordelijk stellen voor het onderhoud van de noodverlichting en die persoon alle benodigde bevoegdheden krijgen om zijn taak uit te oefenen.
  10. Leg een logboek aan voor onderhoud en regel dat het logboek wordt bijgehouden.
Bron: Jaarboek Beveiliging totaal; isbn 9789013089974
Klik hier voor meer informatie en/of bestellen