De tijden dat alleen de overheid verantwoordelijk is voor veiligheid, zijn allang voorbij. Maar hoe is de verschuiving naar publiek-private veiligheidszorg eigenlijk te begrijpen? In een nieuw boek geeft criminoloog en filosoof Marc Schuilenburg uitleg over ‘securitisering’.
Leestijd: +/- 5,5 minuten
Scholen, voetbalclubs, woningcorporaties, zorg- en welzijnsinstellingen, uitkeringsinstanties, verzekeraars, winkeliersverenigingen, energie- en waterbedrijven. Allerlei partijen houden zich tegenwoordig bezig met veiligheid. In de afgelopen dertig jaar is veiligheid een samenlevingsproject geworden in plaats van een overheidstaak: de staat is niet langer de leidende partij in de veiligheidszorg, en publieke en private instanties zijn steeds meer verweven geraakt. Dat schrijft universitair docent Marc Schuilenburg van de Vrije Universiteit in zijn nieuwe boek ‘The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order’.
Securitisering
“Als in de jaren tachtig van de vorige eeuw de criminaliteitscijfers toenemen, ziet de overheid zich gesteld voor de uitdaging om een acceptabel niveau van veiligheid te garanderen. Dat leidt tot een bewuste strategie om allerlei partijen, waaronder burgers en ondernemers, zelf verantwoordelijkheid te laten nemen voor veiligheid”, zegt Schuilenburg over de opmars van wat hij securitisering noemt (en de Belgen verveiliging). “Publieke en private organisaties worden aangemoedigd om zelf veiligheidsprogramma’s te ontwikkelen en uit te voeren. En de overheid besteedt allerlei veiligheidstaken uit. Er is tegenwoordig een heel carnaval van handhavers en opspoorders die veiligheidstaken uitvoeren. Inmiddels wordt de politie volledig omringd door politie-achtige organisaties: inspecties, bijzondere opsporingsdiensten, interventieteams, bedrijfsbeveiligers, expertisebureaus, compliance officers en ga zo maar door.”
In zijn nieuwe boek beschrijft Schuilenburg vier case studies waarin deze ontwikkeling zichtbaar wordt. Het gaat om de aanpak van hennepteelt, het optreden van stedelijke interventieteams, de toepassing van collectieve winkelontzeggingen, en de bestrijding van transportcriminaliteit.
Pokken
De wortels van het huidige Nederlandse veiligheidsbeleid, dat sterk is gericht op preventie en risicoprofilering, worden vaak in verband gebracht met de reacties op de aanslagen van 11 september. Maar volgens Schuilenburg is de kiem van deze benadering al ruim een eeuw eerder te vinden. Namelijk in de medische campagnes en inentingspraktijken waarmee de bestrijding van pokken in de negentiende eeuw ter hand werd genomen. “De modaliteiten van deze aanpak – preventie, normering en een bevolkingsbrede risicoanalyse – zijn uitgegroeid tot het paradigma van de huidige veiligheidspolitiek. Veelzeggend is dat we in het veiligheidsveld geneigd zijn om in ziektebeelden te praten. Denk aan de uitdrukking: voorkomen is beter dan genezen.”
Overheidsoptreden
“Het denken over veiligheid is van oudsher sterk gericht op het overheidsoptreden, maar dat sluit niet meer aan op de versplinterde veiligheidszorg van nu, waarin het primaat voor veiligheid en security management niet meer bij de staat ligt”, zegt Schuilenburg, die ervan overtuigd is dat de overheid nooit meer het alleenrecht op veiligheid zal krijgen. “Er zijn grote economische belangen gemoeid met de huidige securitisering: veiligheid is een product geworden dat je kunt kopen en verkopen, en er is een hele handel rond beveiliging ontstaan – van camera’s tot private beveiligers.”
Schuilenburg is niet negatief over deze ontwikkeling, maar waarschuwt wel voor de mogelijke consequenties. “De ontwikkelingen van laatste dertig jaar leiden tot een soort stille revolutie in het veiligheidsdenken, omdat we de consequenties van de versplinterde veiligheidszorg nog niet doorzien. Een potentieel probleem is bijvoorbeeld dat de overheid andere partijen medeverantwoordelijk heeft gemaakt voor veiligheid, maar nooit de vraag stelt wat er dan precies gebeurt. Bijvoorbeeld of er wel voldoende toezicht of democratische controle is.”
Schuilenburg noemt het voorbeeld van het collectief winkelverbod. In Den Haag zijn bijna zeshonderd ondernemers aangesloten bij het initiatief, waarmee winkeldieven een jaar lang uit winkels geweerd kunnen worden. “De veiligheid wordt in dit geval volledig gehandhaafd door ondernemers. Winkeliers hebben de sanctie verzonnen, zorgen voor de uitvoering, en leggen de straffen op. En als je tegen het verbod in beroep wilt gaan, kom je ook bij de winkeliersvereniging terecht. Dit roept rechtstatelijke en normatieve vraagstukken op die we nog onvoldoende doordenken. Denk aan de beperkte rechtsbescherming van overtreders en de inbreuk op de bewegingsvrijheid van burgers.”
>> Lees ook 4 tips voor publiek-private samenwerking
>> Lees ook PPS-constructie? Collectief zeggen we ‘nee’
Positief
Schuilenburg zou graag een kritisch debat zien over de manier waarop het veiligheidsbeleid momenteel wordt ingevuld. “Er is onvoldoende zicht op het carnaval aan handhavers en opspoorders dat er de laatste decennia bij is gekomen – hoe veiligheid dan gehandhaafd wordt, op een proportionele en rechtmatige manier. We zouden wat dat betreft volledig anders moeten gaan denken over onze veiligheid: met een andere taal, andere instrumenten, andere samenwerkingspartijen. Het huidige veiligheidsdenken stuit op de eigen grenzen. Dat blijkt wel uit de relatief hoge onveiligheidsgevoelens in de samenleving en het wantrouwen van burgers tegenover de politie.”
Schuilenburg is ook voorstander van een positieve invulling van het veiligheidsbegrip – een onderwerp waarover hij vorig jaar een boek publiceerde. “De focus van het huidige veiligheidsbeleid ligt op repressie en preventie, met een sterke nadruk op negatieve veiligheid. Dat wil zeggen dat we vooral kijken naar het bestrijden van onveiligheid en veel minder naar het creëren van veiligheid.”
Vanuit dat laatste perspectief draait veiligheidszorg om het stimuleren van een positief gevoel van verbondenheid in de omgeving en om het verbeteren van de sociale cohesie in de buurt. “De uitdaging is om bij veiligheidspartners, waaronder burgers, positieve gevoelens van geborgenheid en verbinding te versterken om zo veiligheid te vergroten. En de nieuwe partijen in de veiligheidszorg dus niet alleen te zien als extra ogen en oren van de politie, zoals bij Burgernet wel gebeurt.” Volgens Schuilenburg is het hoog tijd dat positieve veiligheid een sterkere positie krijgt in het Nederlandse veiligheidsbeleid. “We experimenteren al een paar honderd jaar met bestrijden van onveiligheid. Het is tijd om eens pilots te gaan doen rond positieve veiligheid. En dat is een uitdaging voor alle partijen die zich met veiligheid bezighouden, niet uitsluitend de overheid.”
Marc Schuilenburg is docent aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Dit artikel is gepubliceerd in Security Management 09/ 2015.








