De in Nederland voor het Handelingskader Professioneel Controleren ontwikkelde VR-training blijkt tot ver over de grens een succes. Politiekorpsen in andere landen zijn zeer geïnteresseerd om de trainingsmethode over te nemen, merkt wetenschapper en landelijk projectleider Professioneel Controleren dr. Bas Böing.
Door Bart Mullink
Af en toe zijn er erupties van ongenoegen. Bijvoorbeeld als een incident viral gaat over een agent die een fout maakt. De discussies die volgen waarbij partijen tegen elkaar opbieden in verontwaardiging, gaan volgens Böing in tegen de werkelijke trend. Die is dat politiemensen vooroordelen aan de kant zetten en daardoor behalve zorgvuldiger ook effectiever zijn. Tijdens trainingen leren ze dat dit werkt. Ze belanden via een VR-bril in realistische situaties waarin ze keuzes kunnen maken, met bijbehorende consequenties.
Europol Award for Excellence
Ruim twee jaar geleden mocht Böing voor deze VR-training al de Europol Award for Excellence in ontvangst nemen. Dit trok internationaal veel aandacht. De training wordt intussen gebruikt in een aantal andere Europese landen en ook vanuit het verre buitenland, andere werelddelen, ziet Böing interesse komen.
Ruimte geven
Böing was betrokken bij de opstelling van het Handelingskader Professioneel Controleren, dat zes jaar geleden werd geïntroduceerd. Als medewerker van de afdeling Kennis en Onderzoek van de Politieacademie is hij sindsdien ook betrokken bij het jaarlijkse onderzoek bij de politie naar de bekendheid van het Handelingskader, en de kennis van agenten van de inhoud hiervan. Recent promoveerde hij aan de Universiteit Twente (UT) op zijn proefschrift over hoe agenten op weg zijn te helpen om onbevooroordeeld te werk te gaan. Hieruit kwam vooral naar voren dat het zaak is agenten ruimte te geven om ‘te leren, te reflecteren en samen het gesprek aan te gaan’.
Agenten moeten ruimte hebben om te leren, te reflecteren en samen het gesprek aan te gaan
Dat is ook de insteek van de eerdergenoemde VR-training. ‘Tijdens de gesprekken die we daarbij na de simulaties voeren, horen we natuurlijk ook verhalen die we liever niet horen. Het is fijn dat we die dan in het klaslokaal kunnen bespreken.’ Dat samen bespreken leidt vaak tot nieuwe inzichten, weet hij. ‘Die VR-omgeving en het samen bespreken van de ervaringen maken de training voor de deelnemers behalve leerzaam ook leuk om te doen. Zo haal je het Handelingskader af van het papier en verbind je het meteen aan de politiepraktijk. Dat blijkt een veel effectievere leermethode dan alleen een tekst doornemen.’
Vooroordelen
Vooroordelen, ook bij agenten, zijn hardnekkig, weet hij. ‘Het is moeilijk ervan af te komen. De eerste stap is mensen ervan bewust te maken en er in het klaslokaal over te praten.’ Niet dat ze dan meteen zijn verdwenen, weet hij, ‘maar in elk geval beter dan ze onbewust hiervan de straat op te laten gaan’. Wat het volgens hem extra moeilijk maakt met onderbuikgevoelens is dat daarin behalve vooroordelen ook ervaring zit. ‘Het percentage agenten dat onderbuikgevoel een legitieme reden vindt om iemand te controleren ligt ook al jaren stabiel rond de 85 procent. Er komen veel argumenten naar voren om eraan vast te willen houden, zoals iemands jarenlange praktijkervaring. Maar onderliggende ervaringen kloppen niet altijd en dus is het nuttig daarover in gesprek te gaan met elkaar en de trainingen bieden hiervoor een mooie gelegenheid.’
Fouten maken
Tienduizenden agenten volgden de VR-training tot nu toe al. ‘We zouden eigenlijk nog wat moeten opschalen. De trainingen worden momenteel gegeven door vierhonderd mensen die we hiervoor hebben opgeleid. Die gaan er binnen hun team mee aan de slag. In de virtuele omgeving van de training mogen de cursisten fouten maken, ik hoop ook zelfs dat ze dat doen. Die fouten kunnen aanleiding zijn om het er vervolgens samen over te hebben.’
Hij begrijpt de weerstand bij een deel van de agenten om het over hun vermeende fouten te hebben trouwens wel, gezien hetgeen ze soms meemaken. ‘In nogal wat buurten, bij etnische groepen en ook bij mensen met een lage sociaal-economische status in het algemeen, bestaat weinig vertrouwen in de overheid, en de politie als gezicht daarvan. Dat merken agenten en daar reageren zij vervolgens op. En schieten ze in de weerstand als ze dan horen dat de politie het weer niet goed doet.’
Bekendheid met Handelingskader
Hoewel het Handelingskader allesbehalve vrijblijvend is, houdt de bekendheid onder agenten niet over, blijkt uit het al genoemde jaarlijkse onderzoek hiernaar. Wel is die bekendheid de afgelopen jaren gegroeid. Ongeveer de helft antwoordde de afgelopen jaar ermee bekend te zijn. Ook blijkt dat veel politiemedewerkers (nog) niet in staat zijn om vragen over correcte controlegronden goed te beantwoorden.
Onderbuikgevoelens, oververtegenwoordiging van bepaalde groepen in de misdaadstatistieken, het qua etnisch voorkomen niet passen in een bepaalde buurt, het zogenoemde out of place-principe: nog steeds worden ze ten onrechte aangevoerd als terechte redenen voor een controle. ‘De eerste versie van het Handelingskader uit 2017 was een korte tekst, een onepager, niet zo ingewikkeld. Daar zijn later een paar pagina’s aan toegevoegd om de juridische actualiteit erin te verwerken. Vooral een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag over het ongeoorloofd gebruik van criteria als etniciteit en huidskleur bleek van belang.’
Dat een deel van de agenten het Handelingskader niet kent, wil volgens hem trouwens niet per se zeggen dat ze er niet naar handelen. Dat zullen ze wel moeten ook want ernaar handelen is een verplichting voor ze.
> LEES OOK: Kennis over professioneel controleren moet beter
Onterechte kritiek op nieuwe versie Handelingskader
De afgelopen tijd klonk kritiek en werd er zelfs een, weliswaar met ruime meerderheid verworpen, motie ingediend in de Tweede Kamer, die stelde dat het Handelingskader eenvoudiger moest worden. Het zou te veel zijn uitgebreid, waardoor agenten zich onnodig beperkt zouden voelen in hun handelen. Volgens Böing is hier sprake van een misvatting. ‘Het klopt dat de nieuwe versie die vorig jaar is verschenen, iets uitgebreider is maar dan heb je het over een paar pagina’s. De principes zijn hetzelfde gebleven. De tekst die erbij is gekomen, betreft vooral verduidelijking wat precies met die principes wordt bedoeld. Verder is de gerechtelijke uitspraak over het ongeoorloofde gebruik van etnische criteria erin verwerkt.’
Verlies van vertrouwen
Vaststaat dat vooroordelen en onderbuikgevoelens onder agenten ertoe leiden dat veel mensen met bepaalde uiterlijke kenmerken, ook degenen die niets verkeerd doen, konden merken dat ze voortdurend werden gecontroleerd. Dit is schadelijk, zo onderstreept hij. Zowel voor degene die zo werden gecontroleerd als voor de politie. In het laatste geval omdat het de effectiviteit van het werk ondermijnt. ‘Op het moment dat jij op die manier mensen selecteert, zet je heel veel mensen aan de kant die eigenlijk onschuldig zijn en ga je hele gemeenschappen van je vervreemden. Zo verlies je het vertrouwen van de mensen, terwijl je ze juist nodig hebt.’
Fout voorbeeld uit de praktijk
Ooit was hij zelf in Amsterdam politieman. Destijds was dat besef nog niet erg wijdverbreid, illustreert hij met een anekdote van begin deze eeuw. ‘We hielden een grote controleactie naar aanleiding van een golf van straatroven op voornamelijk Chinese toeristen. Uit onze daderstatistiek kwam een bepaalde etnische groep sterk naar voren. Daarop werden heel veel mensen uit die groep aan de kant gezet, gefotografeerd en in ons systeem gezet. Dit gebeurde om bij een nog plaats te vinden straatroof een mogelijke match te hebben met het opgegeven signalement. Er kwam kritiek op deze werkwijze maar wij vonden dat toen een goede aanpak. We hadden immers onze statistische informatie.’
In plaats van een sleepnet uit te gooien kun je beter letten op gedrag
Selecteren op gedag
Deze werkwijze, met evidente schade en twijfelachtig succes, bleek geen stand te houden. ‘Het was schieten met een bazooka op een mug terwijl er ook veel slimmere manieren zijn om hetzelfde doel te bereiken. Destijds wisten we bijvoorbeeld dat ook onder zakkenrollers op trams bepaalde etniciteiten oververtegenwoordigd waren. In plaats van daarnaar, gingen we heel specifiek kijken naar gedrag. Zoals het dragen van een dikke jas op een warme zomerdag. Of heel dicht bij een andere passagier gaan staan. Vaak zagen we een optelsom van soorten gedrag die reden waren iemand extra in de gaten te houden. In plaats van een sleepnet uit te gooien waarbij je heel veel mensen controleert, ga je zo veel meer aan de voorkant selecteren.’
Een werkwijze dus die alvast helemaal in de geest was van het later verschenen Handelingskader. Letten op specifiek gedrag in plaats van vooroordelen en onderbuikgevoelens kan, schetst hij, ook nog eens helpen om delicten in beeld te krijgen die je anders over het hoofd zou zien.
Vier principes van het Handelingskader
Van de vier principes van het Handelingskader – selecteren, uitleggen, bejegenen en evalueren – spreken de laatste drie volgens hem behoorlijk voor zich. ‘Iedereen snapt wel dat een respectvolle houding en een duidelijke uitleg helpen bij een controle. Dat geldt trouwens voor alle mensen die worden gecontroleerd. Het doel is ook meer dan alleen het voorkomen van discriminatie. Iedereen heeft belang bij een goede bejegening.’
Aannames enkel op grond van huidskleur, etniciteit, sociaaleconomische klasse, religie of geaardheid mogen geen rol spelen
Selectie op objectieve gronden
Maar niet iedereen wordt nu eenmaal even vaak gecontroleerd. Vooral bij het eerste principe, de selectie, blijkt het nogal eens fout te gaan. ‘De selectie moet gebeuren op objectieve gronden. Criteria als huidskleur, etniciteit, sociaal-economische klasse, religie of geaardheid mogen geen rol spelen.’
Cultuurverandering
De afgelopen jaren hebben al veel Nederlandse agenten de VR-training gevolgd, wat hem interessante bevindingen opleverde over de cultuurverandering die ermee in gang valt te zetten. Sinds kort is Böing ook gastdocent aan de UT. Hij verzorgt er de master Risk & Resilience Management. Studenten krijgen college over het Handelingskader en waarom het belangrijk is etnisch profileren in organisaties te voorkomen. Een opgave, zo blijkt, voor veel meer organisaties dan alleen de politie. ‘Denk bijvoorbeeld aan het schandaal dat recent naar buiten kwam bij de reclassering, over het gebruik van algoritmes.’
Met de kanttekening dat hij zich als wetenschapper wil beperken tot conclusies waarvoor hij hard bewijs heeft, besluit hij optimistisch. De politie probeert diverser te worden en dat mensen enkel op grond van hun verschijning vaker worden gecontroleerd, lijkt op zijn retour. ‘Dat komt naar voren uit gesprekken die ik voer met politiemensen. De acceptatie van het inzicht dat etnisch profileren niet goed is, en ook niet effectief, groeit.’
Volg Security Management op LinkedIn











