Jurisprudentie Rob Poort
Twee politieagenten houden tijdens een surveillance een auto aan waarin een man zit die gesignaleerd staat. Als zij de man verzoeken de wagen uit te komen noemt hij de agenten tot twee maal toe kankerhonden – of woorden van gelijke strekking.
Een hoofdagent van de Politie Utrecht rijdt samen met een aspirant-agent in april 2012 in Baarn in een opvallend dienstvoertuig. Beiden zijn gekleed in politie-uniform. Zij houden een personenauto staande waarin naast de chauffeur een man zit, die staat gesignaleerd voor het afnemen van DNA-materiaal. Als de aspirant-agent hem zegt uit de auto te komen kijkt de man hun richting uit en zegt 'kankerhonden'. Dat woord of een daarop vergelijkbare term wordt kort daarop nog eens herhaald. Het Openbaar Ministerie gaat over tot vervolging van de man wegens belediging. De verdenking komt er kort gezegd op neer dat de man twee politieagenten in functie opzettelijk heeft beledigd, door naar hen 'kankerhonden' of 'kankerlijer' te roepen.
Belediging
De aangehouden man – 25 jaar jong – heeft verklaard dat hij de agenten heeft uitgescholden, dat hij iets met 'kanker' heeft gezegd en dat het kan kloppen dat hij heeft gezegd wat hem ten laste is gelegd. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de man opzettelijk twee ambtenaren in functie heeft beledigd in de rechtmatige uitoefening van hun taak en in hun tegenwoordigheid meermalen mondeling de woorden 'kankerhonden' en/of 'kankerlijer' heeft toegevoegd.
Dat levert het volgende strafbare feit op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt gedaan jegens een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd (art. 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht).
Strafmaat
Bij het bepalen van de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon zelf. De officier van justitie heeft een werkstraf gevorderd van 30 uur, bij niet voldoen te vervangen door 15 dagen hechtenis.
Eerste werkdag
De verdediging vindt dat geen straf moet worden opgelegd gezien de omstandigheden. De man was op weg naar zijn werk voor zijn eerste werkdag en het DNA-materiaal had op een andere manier verkregen kunnen worden.
Rechtbank
Volgens de rechtbank heeft de man zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk beledigen van politieagenten en daarmee het respect en gezag ten aanzien van de ambtenaren die een publieke taak verrichten ondermijnd. Ook heeft hij de politieagenten in hun goede eer en naam aangetast. Op grond van de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting is voor belediging een geldboete van € 150,- in beginsel passend. De straf kan tot 100% worden verhoogd, als het feit is begaan tegen een politieagent in functie (art. 267, onder 2e Wetboek van Strafrecht).
Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat de man eerder is veroordeeld, onder andere wegens belediging van ambtenaren in functie. Dit heeft hem er niet van weerhouden opnieuw een dergelijk feit te plegen. Daarom acht de rechtbank een boete van € 300,- passend en geboden.
Aantekening
Belediging van een ambtenaar in functie, strafbaar gesteld in artikel 267, werd halverwege de jaren negentig slechts een handvol keren per jaar vervolgd. De laatste jaren zijn er echter honderden zaken, waaruit blijkt dat dergelijke beledigingen van personen die een openbare functie bekleden – terecht – steeds minder wordt getolereerd door politie en justitie. Of de hoogte van de boete daarbij voldoende afschrikwekkend is, kan worden betwijfeld. De eis van de officier van justitie is niet gevolgd, omdat zij haar vordering tijdens de zitting heeft ingetrokken. Het waarom is niet duidelijk.
Uitspraak: Rechtbank Utrecht, 12 maart 2013, LJN: BZ5231
Mr. ing. R.O.B. Poort is jurist en veiligheidskundige (www.bureaupoort.nl)


