Met de crisis voor ogen is het doen van concessies aan getroffen maatregelen voor sommige van mijn relaties onafwendbaar gebleken. De gevolgen voor diverse stakeholders zijn niet altijd goed in beeld gebracht. Dat maak ik op uit gesprekken die ik de afgelopen periode met enkelen van hen heb mogen voeren. Onder hen beleidsmakers en beslissers, inkopers, intern eindverantwoordelijke functionarissen en de vaak ingehuurde en met de uitvoering belaste beveiligingsorganisaties.
Opvallend is dat in sommige organisaties nog een helder beschreven directie- beveiligingsbeleid ontbreekt, de basis die de verantwoordelijke manager handvatten geeft om processen en maatregelen als bindend op te kunnen leggen. Dit is noodzakelijk voor een goede beheerssituatie, een veilige werk-, vergader- en/of productieomgeving. Is er wel beleid dan wordt er mogelijk nu aan getornd.
Met name komen personele maatregelen zoals het aantal formatieplaatsen, bezettingsgraad, functieprofiel en taakomschrijving door de bezuinigingsdrift onder druk te staan. Het Programma van Eisen blijft ongewijzigd of wordt zelfs aangescherpt maar het moet wel goedkoper, is de trend bij aanbestedingen. Meer dan ooit staan inkopers en eindgebruikers vanuit verschillende belangen lijnrecht tegenover elkaar. Inkoopbeleid en uitvoering raken mogelijk in conflict. In aanbestedingsprocedures geeft de term Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI genoemd) nog altijd voldoende ruimte om te gunnen op prijs, ondanks de aanscherping. Een kwaliteit gerelateerd risico dient zich vervolgens aan: de prijsvechter, meebewegend op de laagconjunctuur.
Een integrale invulling van verschillende disciplines, gevangen in de benaming Security Host, was al aan de orde van de dag. De meer intelligente techniek ondersteunt of vervangt hem daarbij. Dat is mijns inzien prima zolang het goed doordacht is en het aspect veiligheid niet in het gedrang komt. Maar daar wil het nog wel eens fout gaan.
Overheden snijden in bestaande banen. Particuliere bedrijven ruimen deels het veld om plaats te maken voor de omgeschoolde "eigen medewerkers" of kandidaten vanuit Social Return on Investments (SROI) trajecten c.q. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Ik zet overigens vraagtekens bij het soms gedwongen opleiden van "mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt" tot onderhavige functies. Soms, omdat ik ook de oprecht enthousiaste nieuwkomers zie. De drempel om in te mogen stappen moet wat mij betreft qua motivatie en integriteit hoog zijn. Ik zie ook dat het hier geregeld aan schort als kwantiteit (Target) voor kwaliteit gaat hetgeen de branche geen goed doet (imagoschade, associatie).
De grotere particuliere beveiligingsorganisaties zien zich vrijwel genoodzaakt om ook in de prijzenslag mee te gaan. Deze werd tot nu gevoerd tussen nu importante spelers op de markt die eerder nog de titel "concurrent" onwaardig waren. Opdrachtgevers incluis de overheid voeren de druk om te komen tot minder kosten en meer prestatiegericht inkopen op. De potentieel leverancier wringt zich in allerlei bochten om de omzet veilig te stellen zodat er grond is voor bestaansrecht, de als "verwurgend" aangemerkte SLA (Service Level Agreement) en Pakket van Eisen voor lief nemende.
Bovenstaande heeft uiteindelijk gevolgen voor de beveiliger in het veld en wellicht ook voor de collega back office, en daarmee de gehele dienstverlening op zich. Zijn of haar werkgever heeft, inherent aan de soms extreem lage tarieven, weinig tot geen marge om nog iets extra's te kunnen doen (representatie, opleiding, werkoverleg, automatisering et cetera.). Dit kan leiden tot verandering van attitude, ontevredenheid, desinteresse en een lagere betrokkenheid gevolgd door een verhoogd ziekteverzuim en verloop.
Indien financiële aspecten heroverweging van het bestaande pakket aan (personele) beveiligingsmaatregelen noodzakelijk maken, zal er over het wel/niet doen van concessies en gevolgen (risico's) goed moeten zijn nagedacht. De grens van het toelaatbare en het moment waarop deze wordt overschreden is voor iedere organisatie overigens anders.
Het verantwoord omgaan met kwaliteit- en continuïteitsrisico's vereist inzicht in de positie van de uitvoerende medewerker. Hij of zij bepaalt in hoge mate het resultaat. Zowel opdrachtgever als opdrachtnemer (werkgever) hebben daarom baat bij een juiste invulling van diensten tegen een juiste tarifering, deze kan overigens best scherp zijn. Bij onvoldoende aandacht voor de factor "mens", bij het vinden van een juiste balans tussen de te stellen eisen aan de beoogde dienstverlening en het daaraan gerelateerd kostenplaatje, zal de branche wederom vervallen tot de status die zij juist wilde ontvluchten.
Theo Gobes RSE


