Ben je binnenkort in Rotterdam? Ga dan eens langs bij het Lloyd-kwartier. Daar vind je SAWA, een opvallend woongebouw van 15 verdiepingen. Alleen de middenkern, met onder meer de liften, is van beton; voor de rest is het opgetrokken uit Cross Laminated Timber, kortweg CLT: dikke platen van kruislings verlijmd hout. En overal zie je planten.
Door Peter Passenier / Beeld Aqua+
Een interessant gebouw om te bekijken dus. Maar de willekeurige voorbijganger heeft geen idee van de organisatie die het vergde om het neer te zetten. Hoe zit het bijvoorbeeld met de brandveiligheid? Brandt zo’n houten woontoren niet makkelijker dan een gebouw van beton of staal?
Integendeel, zegt Eric Wognum van Aqua+, die bij SAWA verantwoordelijk was voor de sprinklerinstallatie. ‘Bij brand blijft een houten constructie veel langer overeind. Staal dat opwarmt, wordt steeds slapper, maar het CLT dat hier is toegepast, brandt alleen aan de buitenkant. Het duurt heel lang voordat het tot in de kern weggebrand is. Dus hout is wat dat betreft eigenlijk veel steviger dan staal.’
Maar natuurlijk moet je het risico op brand heel serieus nemen. ‘Moderne meubels bestaan vaak uit spaanplaat of geperst hout’, zegt Wognum. ‘Of eigenlijk geperst karton met een laagje laminaat eroverheen. Dan heb je nog alle gordijnen die we tegenwoordig overal ophangen. Alles in zo’n woning is extreem brandbaar. Juist daarom is een sprinklerinstallatie waardevol: die houdt een beginnende brand beheersbaar en geeft bewoners meer tijd om te vluchten.’
> LEES OOK: Brandweer bereikt grenzen in hoogbouw, strengere brandveiligheidseisen nodig
Enorme waterschade?
Maar een sprinkler in een houten gebouw, dat roept meteen een nieuwe vraag op. Loop je niet de kans op enorme waterschade? Zal zo’n houten constructie na een brand niet langzaam wegrotten? Wognum relativeert dat. ‘Uiteraard heb je schade, maar de vraag is wat erger is. Een pand dat nog recht overeind staat, maar eruitziet als een afgebrande lucifer, of een woning waar je nog waterschade hebt, maar die verder nog intact is? Bij SAWA zijn alle vloeren bovendien dichtgeseald, dus het water kan niet doorsijpelen naar andere verdiepingen. Eventuele schade blijft beperkt tot de ruimte waar de brand ontstond.’
Meerdere spelers
Een groot project dus, en ook een project met meerdere spelers. Allereerst had je de opdrachtgevers: NICE Developers en ERA Contour. Verder waren er installateurs: Aqua+ zelf, maar ook de partijen die Wognum aanduidt met W-aannemers en E-aannemers, die respectievelijk verantwoordelijk waren voor alles wat te maken had met water, zoals afvoer en vloerverwarming, en elektriciteit.
Daarnaast was er de leverancier, het Amerikaanse Tyco/ Johnson Controls. En tot slot waren er nog rollen weggelegd voor de verzekeraar, voor de bewoners en voor adviesbureau DGMR.
Dat laatste was verantwoordelijk voor het zogenoemde uitgangspuntendocument, kortweg UPD. ‘Dat is mijn Bijbel’, zegt Wognum. ‘Er staat in waar de installatie aan moet voldoen. Welk voorschrift je gebruikt. Welke delen op het brandweerpaneel apart zichtbaar moeten zijn. Welke sectie-indeling je kiest. Wij bouwen eigenlijk volgens het UPD.’
Daarom bekijkt hij zo’n document heel kritisch. ‘Als ik zo’n UPD binnenkrijg, lees ik het van A tot en met Z helemaal door. Dan begin ik erin te krassen. Als er dingen in zitten waarvan ik denk: daar zet ik mijn vraagtekens bij, dan ga ik met de UPD-schrijver bellen. Hoe kijkt hij ertegenaan? Heeft hij daar een reden voor? Of heeft hij inderdaad een foutje gemaakt?’
> LEES OOK: Brandveiligheid bij woningcorporatie Lefier. Van scan naar meerjarenplan
Coördinatie en planning
Een project als SAWA vraagt niet alleen om een goede set afspraken op papier, maar ook om een strakke planning. Die coördinerende rol lag hier bij de opdrachtgever. ‘Je begint natuurlijk eerst met het bouwproces’, zegt Wognum. ‘Dat je eigenlijk wilt weten: wanneer kan ik starten? Hoe kan ik starten? Wat is de beste manier om te starten?’ Maar daarbij is het volgens hem belangrijk dat de verschillende partijen elkaar niet voor de voeten lopen. ‘Bij SAWA werden de houten vloeren prefab gemaakt in Duitsland.
Dat zijn allemaal stukken houten platen van 30 centimeter dik, waar de sparingen al in opgegeven zijn en die al geboord zijn in de fabriek. Die worden eigenlijk als puzzelstukjes naast elkaar neergelegd, zodat het een vloer wordt.’
Dat betekende dat alle betrokken installateurs extreem precies met elkaar moesten afstemmen wie waar ruimte kreeg. ‘Het kan zijn dat ik bijvoorbeeld met de sprinklerlei-ding van de ene sprinkler naar de andere sprinkler wil. En dat de W-aannemer denkt: ik leg daar mijn afvoer tussen. Dat gaat niet, want mijn sprinkler kan ik niet eventjes eroverheen leggen, want dan kom ik boven die vloer uit.’
Elektra op gekke plek
Ook elektra kan volgens hem in de weg zitten. ‘Het kan zijn dat een elektrapunt op een gekke plek ligt waar ik net niet langsheen kan komen. Dat zie je vooral bij voedingskabels van de meterkast. Die zijn wat dikker dan een klein kabeltje waar enkel een stopcontactje op zit. Dan moet je wel een kruising kunnen maken.’
De vraag is: welke installateur kan zijn leiding het makkelijkst aanpassen?
De centrale vraag is telkens: welke installateur kan zijn leiding het makkelijkst aanpassen? Volgens Wognum zijn de sprinklerinstallateur en de W-aannemer meestal het minst flexibel. ‘Als ik in een sprinklerleiding bijvoorbeeld een zakker moet maken, blijft daar altijd water in staan. Dat krijg ik nooit meer leeg. Dat wil je niet. Voor afvoerleidingen geldt iets vergelijkbaars. De W-aannemer gaat geen afvoer maken die oploopt in plaats van afloopt. Hij moet naar zijn laagste punt toe. Maar de E-aannemer heeft doorgaans meer bewegingsruimte. Voor een elektromonteur is het makkelijker om over iets heen te gaan dan voor de installateur van een sprinklerinstallatie. Een kabelgoot leg je makkelijker met een klein boogje over een andere leiding heen – een zogeheten kattenrug – dan dat ik dat kan met een dikke sprinklerleiding. In negen van de tien gevallen zit daar een heel groot verschil in.’
> LEES OOK: John van Lierop: “Sprinklers zijn een heel logische keuze”
Wekelijks overleg
Hoe verliep de communicatie tussen Wognum en de opdrachtgever? ‘In de beginfase probeer je die intervallen tussen de overleggen zo kort mogelijk te houden. Denk aan een frequentie van één keer in de week, één keer in de twee weken. Want als je ergens tegenaan loopt, wil je dat wel meteen kunnen oplossen. Als je op een gegeven moment gaat bouwen, wordt dat wat ruimer. Dan krijg je soms een drie- of vierwekelijks overleg.’
Uit de bocht gevlogen
Maar ook tijdens de uitvoering blijft coördinatie belangrijk. Niet alleen om te voorkomen dat leidingen elkaar kruisen, maar ook om te bepalen wie wanneer aan de beurt is. ‘Je werkt allemaal in dezelfde laag. Dus je moet goed kijken: welke installatie kan het beste eerst worden aangebracht, en welke juist later? Als je bijvoorbeeld een kwetsbare leiding hebt liggen, wil je niet dat daar daarna nog twintig of dertig monteurs overheen moeten lopen.’
Hij benadrukt: als een partij achterloopt, heeft dat gevolgen voor de rest. ‘Dan spreek je die persoon erop aan: ‘misschien moet je opschalen met het aantal monteurs om weer bij te komen.’ Daar moet wel bij gezegd worden: bij SAWA vloog niemand echt uit de bocht. Er is niemand omgevallen. Iedereen heeft ook gewoon netjes aan zijn verplichtingen voldaan.’
Leidingen in grindlaag
De grootste technische hobbel bij SAWA had niet eens direct te maken met hout of vuur, maar met grind. ‘In andere situaties worden sprinklerleidingen opgenomen in beton’, vertelt Wognum. ‘Maar bij SAWA lagen de leidingen bovenop de houten vloer in een grindlaag. Die grindlaag was nodig voor de geluidsisolatie. Vroeger had je huizen met houten vloeren. Dan hoorde je bijna alles wat erboven gebeurde. Dan heb je net een trommel. Dat wil je in zo’n woongebouw natuurlijk niet.’
Goedkeuring en garantie
Maar door de keuze voor grind speelde de leverancier van de sprinklercomponenten bij SAWA een grotere rol dan normaal. Hij moest niet alleen materialen leveren – buizen, t-stukken en koppelingen – maar ook instemmen met de toepassing van die materialen in de ongebruikelijke grindlaag. ‘De leiding die we gebruikten, is alleen goedgekeurd voor in beton’, zegt Wognum. ‘Dus wij hebben in een voortraject eerst de goedkeuring moeten krijgen van de leverancier van die buizen. Vandaar dat we één partij hebben gekozen die bij het begin al zei: nou, hier zijn we akkoord mee. En die partij heeft de materialen geleverd: de buizen, de t-stukken, de koppelingen.’
En ja, benadrukt Wognum: het gaat om een enkele leverancier. ‘Je zou denken: koop de buizen bij de ene partij en de goedkopere koppelingen bij de andere. Maar bij gecertificeerde sprinklerinstallaties werkt dat niet zomaar. Als je een t-stuk hebt met koppelingen, dan eisen leveranciers dat de koppelingen aan het t-stuk zitten van hun eigen merk. Daar geven ze hun garantie op af.’
Rol van bewoners
De opdrachtgever, de installateur, de leverancier – normaal zijn dat de partijen die voor de brandveiligheid verantwoordelijk zijn. Maar bij SAWA was er nog een: de bewoner.
Want als je zo’n appartement betrekt, moet je voldoen aan de geldende eisen. ‘In het begin hebben we een document opgesteld’, zegt Wognum. ‘Dat is meegegaan met de koopovereenkomsten van de bewoners. De boodschap: let op, er zit een sprinkler in. Je moet wel aan bepaalde voorwaarden voldoen.’
En dat is geen vrijblijvende overeenkomst. ‘We hebben het recht om dit ook te controleren’, vertelt Wognum. Die inspectie vindt één keer per jaar plaats. Dan moeten de inspecteurs alle woningen langs om te kijken of alles nog voldoet.
Slingers aan de sprinkler
Dat is ook nodig, want volgens hem kunnen vrij normale meubels al zorgen voor problemen. ‘Een kast is al gauw 2,32 of 2,42 meter hoog. En als je een vloer hebt die 2,52 meter hoog is, houd je nog maar tien centimeter over. Als daar een sprinkler tussen zit, dan doet die niet zo heel veel meer.’
En dat is volgens hem niet alles. ‘Er zijn mensen die hangen rustig de slingers op aan de sprinklerinstallatie. Ik heb al eens een Jumbo gezien waar een fiets aan hing. Ja, zo’n leiding is heel stevig, maar als je wilt dat de sprinkler blijft werken, kun je die fiets beter in de gang zetten.’
Wognum kijkt met genoegen op de periode terug. ‘SAWA was een bijzonder project. Een houten woontoren van 15 verdiepingen beveiligen met sprinklers, dat vraagt om precisie, samenwerking en vakmanschap. We zijn trots dat we daar onderdeel van mochten zijn. We hebben veel ervaring opgedaan, maar ook gewoon veel plezier gehad. Zo’n constructie veilig maken, dat is waar we het voor doen.
Volg Security Management op LinkedIn









