In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn sinds 1 juli 2024 de voorschriften voor de aanwezigheid van brandgevaarlijke objecten in vluchtroutes van een woongebouw, nog duidelijker aangegeven. Maar is door een hardhouten bankje op een open galerij de kans op brand groter en belemmert dit veilig vluchten?
Door Edwin Oosterom / Beeld: Brafon en Shutterstock
Doelstelling van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is dat brand wordt voorkomen (paragraaf 6.2.1). In artikel 6.15a van het Bbl wordt dit concreet gemaakt.
Kort gezegd: alleen onbrandbare objecten in vluchtroutes zijn toegestaan (met uitzondering van een enkele deurmat en bewegwijzering), mits er voldoende ruimte is om te kunnen vluchten (artikel 6.23a). Voor afgesloten vluchtroutes is dit volkomen terecht. Maar in dit opiniestuk pleit ik voor een meer realistische, risicogerichte benadering van brandveiligheid op open galerijen. Uitgangspunt hierbij is het begrip ‘gelijkwaardige veiligheid’, waarbij iedere situatie apart moet worden beoordeeld. Maatwerk is en blijft dus noodzakelijk.
Wat zegt artikel 6.15a eigenlijk?
Artikel 6.15 van het Bbl schrijft voor dat in een gemeenschappelijke ruimte van een woongebouw waar een vluchtroute doorheen loopt, geen brandgevaarlijke objecten aanwezig mogen zijn. De bedoeling is helder: vluchtroutes moeten veilig en goed begaanbaar blijven bij brand. In de praktijk leidt dit vaak tot een nultolerantiebeleid van bevoegd gezag, veiligheidsregio’s en VvE’s, waarbij alle voorwerpen op galerijen worden geweerd. Ook wanneer het om ongevaarlijke objecten gaat zoals een hardhouten bankje of bloembakken.
> LEES OOK: Lessons learned van inzet brandweer na de explosie Tarwekamp
Genuanceerde beoordeling
Ik pleit in dit artikel voor een genuanceerdere beoordeling van situaties met objecten in vluchtroutes, waarbij niet alleen het materiaal, maar ook de ruimtelijke context en het werkelijke risico op brand worden meegewogen.
Objecten kunnen om verschillende redenen brandgevaarlijk zijn. Ze kunnen gemakkelijk in brand vliegen, bijvoorbeeld als er een brandende aansteker bij wordt gehouden. En objecten kunnen zelf een ontstekingsbron zijn, zoals scootmobielen met een accu. Ook kunnen objecten zorgen voor rookontwikkeling en uitbreiding van een beginnende brand.
Open en gesloten galerijen
Aan meubilair is de eis gesteld dat dit onbrandbaar (brandklasse A) moet zijn. Opvallend is dat het artikel in het Bbl geen expliciet onderscheid maakt tussen open en gesloten galerijen. Terwijl dat in de praktijk een wereld van verschil is wat betreft rookverspreiding en vluchtveiligheid. Een open galerij biedt immers natuurlijke ventilatie en rookafvoer, waardoor het brandverloop en de rookontwikkeling wezenlijk anders kunnen zijn dan in een afgesloten ruimte.
> LEES OOK: Minder woningbrandclaims, meer branden door accu’s
Brand Gelderseplein in Arnhem-Zuid
De voorwaarden in artikel 6.15a zijn aangescherpt naar aanleiding van de brand in een flat op het Gelderseplein in Arnhem-Zuid in de nacht van 31 december 2019 op 1 januari 2020. Deze brand ontstond in een afgesloten trappenhuis. Door vuurwerk vloog hier een bankstel in brand. Maar deze situatie is niet vergelijkbaar met een hardhouten bankje op een open galerij.
Omgevingswet
Een voorbeeld: bij een woongebouw met open galerijen, een tweezijdige vluchtweg en een afgesloten toegang is in de vluchtroute (op de galerij) een bankje van hardhout geplaatst. Er is voldoende ruimte (in de breedte) om veilig te kunnen vluchten. Is het in zo’n situatie dan mogelijk om het bankje te accepteren zonder dat het risico op brand toeneemt? Kan dit worden toegestaan zonder afbreuk te doen aan de (doel)voorschriften van het Bbl?
Het antwoord is ja: op grond van de Omgevingswet is het mogelijk om een hardhouten bankje toch in de vluchtroute te laten staan. Want de Omgevingswet geeft de mogelijkheid om met een gelijkwaardige oplossing eenzelfde resultaat te bereiken als het Bbl voorschrijft (Omgevingswet artikel 4.7).

Doelstelling
Gelijkwaardigheid kan ook worden afgeleid uit de algemene doelstellingen die de wetgever heeft met een maatregel. Een gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde effect hebben als de wetgever met de voorgeschreven maatregel heeft beoogd. De doelstelling is dat er in gemeenschappelijke woonruimtes geen brand kan ontstaan als gevolg van de aanwezigheid van brandgevaarlijke objecten en wel zodanig dat veilig vluchten wordt belemmerd of wordt verhinderd. Hierbij gaat het dus om het ontstaan van brand en veilig vluchten.
Een houten bankje van hardhout is op zichzelf niet brandgevaarlijk zonder een ontstekingsbron. Het bevat geen elektriciteit. Als het in aanraking komt met vuurwerk is er niet snel kans op uitbreiding van de brand of rookontwikkeling. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een scootmobiel, een barbecue of kartonnen dozen, ontbreekt hier het realistische scenario voor het ontstaan van brand. In de woning daarentegen zijn wel potentiële ontstekingsbronnen aanwezig zoals elektrische apparatuur en kaarsen.
Brandvoortplanting
Ook menselijk handelen, zoals koken en roken, is een veelvoorkomende oorzaak van brand. Het ontstaan van brand door een hardhouten bankje staat niet in verhouding tot de kans op het ontstaan van brand in de aangrenzende woning.
De voorgevels van de woningen aan de galerijzijde zijn niet-brandwerend uitgevoerd. Dit omdat deze zijn gelegen aan een open galerij met twee vluchtrichtingen (lees: een buitenluchtsituatie, waardoor geen zogeheten flashover kan plaatsvinden). De huizen hebben openslaande ramen en er zijn voordeuren. Bij een woningbrand kunnen er daardoor uitslaande vlammen zijn. In dat geval kan men in twee richtingen vluchten: naar de trap aan het einde van de galerij en naar een afgesloten trappenhuis. Dit betekent dat men in dat geval niet langs de brandende woning hoeft te lopen.
De kans dat de brand als gevolg van het hardhouten bankje groter wordt, is gering
De kans dat de brand als gevolg van het hardhouten bankje groter wordt, is gering. Het zal geen grote brand veroorzaken (in de open lucht) zoals een brand in een woning of in een bankstel in een afgesloten trappenhuis (zoals bij de brand in het flatgebouw in Arnhem). Mocht het hout in aanraking komen met vuurwerk, dan zal er gezien de hardheid van het hout, sprake zijn van een trage ontwikkeling van brand. Dit is een geheel andere situatie dan bij het gestoffeerde bankstel in een afgesloten trappenhuis (Onderzoeksraad: ‘Het kunststofschuim vat gemakkelijk vlam; de brand ontwikkelt zich vervolgens snel en veroorzaakt veel en giftige rook’).
Ook is er een verschil in het materiaalgebruik tussen de woning en het bankje. De gevelconstructie van de woning (inclusief deuren en ramen) moet minimaal voldoen aan brandklasse D (bij een open galerij met twee vluchtrichtingen). Het bankje van hardhout voldoet naar verwachting aan de hogere brandklasse B of C, en is dus veiliger dan een voordeur of gevelpaneel van hout met een brandklasse D.
Samenvattend
Een woningbrand is gevaarlijker dan een brand van een hardhouten bank. Het is een geaccepteerd risico dat een woning, als brandcompartiment, binnen 30 of 60 minuten kan uitbranden. Het Bbl voorkomt niet dat er brand in een woning kan ontstaan. De aanwezigheid van een hardhouten bankje op de galerij is wat betreft brandveiligheid minimaal gelijkwaardig aan een potentiële brand in een woning. Anders gezegd: het hardhouten bankje is voldoende brandveilig en voldoet aan de voorschriften: er kan geen brand ontstaan en men kan bovendien veilig vluchten in geval van brand.
Brandveiligheid is maatwerk
Een juiste risicoafweging en gelijkwaardige veiligheid geeft mogelijkheden om goed uitvoering te geven aan de eisen die gesteld worden aan brandveiligheid. Deze aanpak moet goed zijn onderbouwd en worden afgestemd met de betrokken partijen, waaronder het bevoegd gezag en de veiligheidsregio. Vergeet niet om de bewoners hierbij te betrekken en uit te leggen wat wel en niet mogelijk is. Dan ontstaat er wederzijds begrip en is het ook uitvoerbaar. Denk hierbij aan het maken van een galerijbeleid waarin type objecten, plaatsing en gebruik worden afgezet tegen de risico’s.
Maatwerk en communicatie zijn hierin sleutelwoorden. Artikel 6.15a is terecht bedoeld om vluchtroutes veilig te houden. Maar het doel van de regelgeving mag niet uit het oog worden verloren door een letterlijke, risicomijdende interpretatie. Niet elk houten bankje in de ruimte levert brandgevaar op. Een weloverwogen risicobeoordeling, uitgevoerd door deskundigen, moet leidend zijn.
Vraagtekens bij proportionaliteit en risicobenadering
Hoewel het begrijpelijk is dat de wetgever na ernstige incidenten zoals de brand in Arnhem heeft gekozen voor strengere regelgeving voor brandbare objecten in vluchtroutes, roept de huidige formulering van artikel 6.15a in het Bbl vragen op over proportionaliteit en risicobenadering. Het categorisch verbieden van alle brandbare goederen, ongeacht hun aard, locatie of het werkelijke risico dat ze vormen, lijkt voorbij te gaan aan de diversiteit van situaties in woongebouwen. Een dergelijke generieke benadering kan leiden tot een aanzienlijke aantasting van de leefbaarheid en het sociale woonklimaat in woonomgevingen.
Pleidooi
Daarom: gebruik je gezond verstand en kijk ook naar het doel van de voorschriften. Laat ruimte voor context, maatwerk en dialoog. Brandveiligheid is geen optelsom van regels en voorschriften, maar het resultaat van een doordachte, proportionele aanpak waarin veiligheid én leefbaarheid hand in hand gaan.

Over de auteur van dit artikel:
Edwin Oosterom is consultant brandveiligheid bij Brafon, onderdeel van BVM Groep Nederland
Volg Security Management op LinkedIn







