Als de dodelijke cafébrand in het Zwitserse Crans-Montana in de nieuwjaarsnacht één ding duidelijk maakt, dan is het dat niet alle café-eigenaren de regels kennen of zich eraan houden. Ook zijn brandveiligheidscontroles vaak een momentopname. Leren van vergelijkbare branden zou het risico- en veiligheidsbewustzijn van de verantwoordelijke uitbaters kunnen en moeten verhogen.
Door Rob Jastrzebski / Foto’s: Shutterstock
De geschiedenis herhaalt zich. Exact 25 jaar na ‘onze’ cafébrand in Volendam in de nieuwjaarsnacht van 2001 (14 doden en 200 zwaargewonden), sloeg het noodlot toe in wintersportoord Crans-Montana in het Zwitserse kanton Wallis. Meer dan veertig cafébezoekers stierven en 119 mensen raakten gewond bij een felle brand in bar Le Constellation. Het incident toont overeenkomsten maar ook verschillen met de nieuwjaarsbrand in Volendam.
Tijdig vluchten
Overeenkomsten: de brand ontstond door het gebruik van vuurwerkproducten binnen het pand, waardoor materialen aan het plafond vlam vatten. De beperkte en belemmerde vluchtmogelijkheden droegen bij aan het hoge aantal slachtoffers. Verschil: in Volendam vatte kerstdecoratie van uiterst brandbare gortdroge dennentakken aan het plafond vlam, terwijl in Crans-Montana schuimrubberen plafondbekleding de boosdoener was. In beide gevallen was sprake van een zeer snelle brandvoortplanting over het plafond. Door de razendsnelle opbouw van hitte en verstikkende rook was tijdig vluchten voor veel aanwezigen onmogelijk. In Crans-Montana was bovendien sprake van het op grote schaal naar beneden druipen van brandende kunststof, wat extra zware verwondingen bij de slachtoffers veroorzaakte.
Zwitserse regelgeving
Internationaal is er grote verbazing over het feit dat een brand met zo’n noodlottige impact in een horecagelegenheid met aantoonbare tekortkomingen in brandveiligheid juist in Zwitserland kon plaatsvinden. Het Alpenland staat bekend om zijn punctualiteit en strakke regelgeving, ook op (brand)veiligheidsgebied.
De brandveiligheidsregelgeving in Zwitserland heeft zijn basis in het verzekeringswezen. Normen, richtlijnen en voorschriften worden opgesteld door het verzekeringssamenwerkingsverband Vereinigung Kantonaler Feuerversicherungen (VKF) en hebben het karakter van wettelijke regelgeving.
Raad en advies
De VKF informeert via een online adviesplatform, de Beratungsstelle für Brandverhütung, specifieke doelgroepen over het brandveilig inrichten en gebruiken van hun gebouwen. Op die wijze worden ook horecaondernemers voorzien van raad en advies, zodat zij hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun bezoekers kunnen nemen. Dat onder verwijzing naar de verplichtende VKF-normen en VKF-voorschriften op het gebied van inrichtingsen decoratiematerialen, vluchtroutes, blusmiddelen en dergelijke.
> LEES OOK: Gemeente Crans-Montana: toezicht op brandveiligheid Bar Le Constellation schoot tekort
Basale eis
De meest basale eis is, net als in elke nationale brandveiligheidsregelgeving, de beschikbaarheid, toegankelijkheid en degelijkheid van vluchtwegen met voldoende capaciteit voor het aantal aanwezige personen. Een tweede voorname eis is gebruik van inrichtings- en decoratiematerialen die minimaal voldoen aan de eisen dat ze moeilijk brandbaar zijn, niet leiden tot zware rookontwikkeling, niet mogen bijdragen aan de brandontwikkeling en niet mogen leiden tot druppelvorming van gesmolten of brandend materiaal.
Siervuurwerkproducten vaak oorzaak
Het gebruik van siervuurwerkproducten, zoals vuursterretjes en vuurwerkfonteintjes op taarten, is bij meerdere dodelijke horecabranden aangetoond als oorzaak. Wat zegt de Zwitserse regelgeving daarover? In de basis is het gebruik van vuurwerkproducten binnen publieke gebouwen wettelijk verboden. Maar er zijn uitzonderingen. Kleine zogenoemde koudbrandende vuurwerkproducten, zoals fonteintjes en vuursterretjes, mógen gebruikt worden in ruimten met maximaal 300 personen, met de restrictie dat de vuurbron op minimaal één meter afstand van brandbare oppervlakken of voorwerpen wordt gehouden. In ruimten met meer dan 300 personen is alle gebruik van open vuur verboden.
Extreem brandbare isolatiematten
Uit een reconstructie van de gebeurtenissen in Crans-Montana blijkt dat ten tijde van het uitbreken van de brand in de bar circa 200 mensen aanwezig waren. Het gebruik van de vuurwerkfonteintjes lijkt daarom op zich niet in strijd met de brandveiligheidsregels. Anders is dat met de aan het plafond bevestigde schuimrubberen matten en de vluchtmogelijkheden. De aangebrachte isolatiematten bleken extreem brandbaar en droegen bij aan een zeer snelle brandvoortplanting, rookverspreiding en druipend gesmolten schuimrubber. De bar was gevestigd in een kelder en als vluchtweg diende slechts één trap naar boven, met een te beperkte capaciteit voor zoveel bezoekers om zich tijdig in veiligheid te brengen. Een personeelsingang in de kelder die als nooduitgang diende, bleek op slot te zitten en was daardoor onbruikbaar als vluchtweg.
Dodelijke combinatie
Het gebruik van de brandbare schuimrubberen plafondbekleding, de gebrekkige vluchtmogelijkheden en het feit dat de bar zich in een kelder bevond, bleken bij deze brand een dodelijke combinatie. Periodieke controle door de gemeente had deze gevaarlijke situatie aan het licht kunnen brengen, maar de bar bleek al zes jaar lang niet meer te zijn geïnspecteerd. Bij de laatste inspectie in 2019 waren volgens de burgemeester van Crans-Montana geen onregelmatigheden aan het licht gekomen.
Inspectie slechts een momentopname
De eigenaar van de bar gaf aan de schuimrubberen matten te hebben aangebracht als geluidsisolatie voor de bovengelegen verdiepingen. Of die matten zijn aangebracht vóór of na de laatste brandveiligheidsinspectie, is nog niet bekend. Hoe dan ook blijkt uit de brand in Crans-Montana dat een inspectie een momentopname is. Het feit dat bij één controle geen tekortkomingen zijn geconstateerd, betekent niet dat die situatie ook zo blijft. Na inspectie kunnen wijzigingen in de inrichting van het gebouw worden aangebracht, die het brandveiligheidsniveau nadelig beïnvloeden.
Eerdere horecabranden
Hoewel de oorzaak van de brand in Crans-Montana formeel nog ‘in onderzoek’ is, geven videobeelden op sociale media, gemaakt door bezoekers van de ongeluksbar, een goede indicatie. De beelden tonen hoe nieuwjaarsvierders met flessen met vuurwerkfonteintjes in de bar rondlopen, waarna te zien is hoe het plafond vlam vat en hoe snel het vuur zich vervolgens verspreidt. Ook het druipen van het brandende gesmolten schuimrubber is goed zichtbaar.
De Zwitserse casus vertoont grote gelijkenissen met een eerdere fatale brand in een nachtclub in de Verenigde Staten in 2003. Tijdens een concert in de propvolle club The Station in West Warwick in de staat Rhode Island werden op het podium pyrotechnische effecten ontstoken met vuurfonteinen. Ook hier vatte akoestisch schuimrubber op de wanden en het plafond vlam. In de paniek die ontstond verdrukten vluchtende clubbezoekers elkaar en ontstond bij de uitgang zo’n grote ophoping van lichamen dat na korte tijd niemand het pand meer uit kon. Eenzelfde scenario deed zich voor in Crans-Montana. In het inferno in West Warwick stierven 100 bezoekers en raakten 230 mensen gewond. Ook van dit incident staan op internet dramatische beelden die het ontstaan en verloop van de brand in beeld brengen.
Immense paniek
Wat van de beelden bijblijft, los van de immense paniek en het menselijk leed, is de enorme snelheid waarmee vuur, hitte en vooral giftige rook zich verspreiden en hoe snel de situatie in de brandende ruimte en de aansluitende vluchtweg ‘onoverleefbaar’ wordt. Typerend voor het internettijdperk met smartphones is dat incidenten en calamiteiten door ooggetuigen soms al vanaf het beginstadium worden gefilmd. Het zijn vaak schokkende beelden, maar ze kunnen wel bijdragen aan fact finding over de oorzaak en zeker ook aan bewustwording over hoe immens de gevolgen kunnen zijn als brandveiligheidsregels niet worden nageleefd.
De beelden en geleerde lessen van dit type branden in horecagelegenheden zouden als waarschuwing moeten fungeren voor alle uitbaters van cafés, bars, clubs en dancings die hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun gasten serieus nemen. Maar kennelijk bereiken die lessen niet alle ondernemers of menen ze dat de brandveiligheid in hun pand wel op orde is.
1100 doden
Aan casuïstiek ter lering ontbreekt het in ieder geval niet. Uit internationale casuïstiek over horecabranden blijkt dat in de afgelopen 25 jaar in ten minste 19 gevallen sprake was van vuurwerk/pyrotechnische effecten in combinatie met brandbare decoratie of akoestisch isolatieschuim als brandoorzaak. Bij deze 19 incidenten kwamen in totaal meer dan 1100 mensen het leven.
In eigen land is er, naast de cafébrand van Volendam, een eerdere casus in Hilversum. In 1988 brandde daar een Chinees-Indisch restaurant uit, nadat een kaars een groot boeket droogbloemen in brand zette. Het vuur verspreidde zich snel via licht ontvlambare textiel aan het plafond. Drie mensen kwamen om en achttien bezoekers raakten gewond. En bij een brand in het Switel-hotel in Antwerpen vielen op oudejaarsavond 1994 vijftien doden en 164 gewonden. Hier leidde het ontbranden van een kerstboom door een omgevallen kaars tot het inferno.
Lessen na Volendam
In Nederland heeft de nieuwjaarsbrand in het Volendamse café De Hemel in 2001 grote effecten gehad op vooral de adviesen toezichtrol van de overheid. De brand was, samen met de vuurwerkramp van Enschede in mei 2000, de aanleiding voor een enorme investering in de preventiecapaciteit van de brandweer en de gemeenten. Met die extra personele capaciteit werd in de jaren daarna een grote inhaalslag gemaakt in het controleren van panden op naleving van de gebruiksvergunning.
Vooral de horeca werd in de eerste jaren extra onder het vergrootglas gelegd, maar ook andere branches werden frequenter en strenger geïnspecteerd op onder andere toegankelijkheid en capaciteit van vluchtwegen in relatie tot het aantal aanwezige personen en het gebruik van brandveilige (decoratie)materialen. Met name in de periode rond de kerst werden en worden horeca-ondernemingen extra gecontroleerd, ook op de aanwezigheid van mogelijke brandgevaarlijke decoratie.
Periodieke controle door de gemeente had gevaarlijke situaties aan het licht kunnen brengen
Versterkt toezicht
De versterking van het toezicht op brandveiligheid had zijn grondslag in de rapportages van de commissies die onderzoek deden naar de toedracht en incidentbestrijding bij de cafébrand en de vuurwerkramp en naar het functioneren van het toezicht door de gemeenten op naleving van de brandveiligheidsregelgeving.
In het rapport over de Volendamse cafébrand werd onder andere geconcludeerd dat overheden en ondernemers zich kennelijk onvoldoende bewust waren van de brandrisico’s die samenhangen met gebruik van vuurwerk in drukke publieksruimten met brandbare decoratie, en dat zowel de horecasector als de overheid zou moeten leren van internationale casuïstiek.
Strenge eisen
Aan de inrichting van ruimtes en het gebruik van wandbekleding en decoratiematerialen worden strenge (Europese) eisen gesteld. Voor Nederland zijn die vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en in de NTA 8007-norm van de NEN. In de basis zijn de eisen dat decoratiematerialen bij blootstelling aan een vlam maximaal 15 seconden mogen ‘nabranden’ en maximaal 60 seconden mag nagloeien, zonder roet of druppels te vormen. Ondernemers zijn verplicht om bij inspectie van hun pand aan te tonen dat aanwezige decoratiematerialen aan die normen voldoen. De materialen dienen daarbij volgens een vastgesteld testprotocol aan een brandtest te zijn onderworpen.
De regelgeving, nationaal en op Europees niveau, en de rollen en verantwoordelijkheden van bedrijfsleven en overheid zijn benoemd. Maar de dodelijke brand in Crans-Montana maakt duidelijk dat de noodzaak om lering te trekken uit eerdere incidenten, nog steeds geldt. Dat was ook al de conclusie van de commissie die onderzoek deed naar de cafébrand in Volendam.
Volg Security Management op LinkedIn









