Nederlandse gemeenten zijn volop bezig hun beleid voor cameratoezicht en handhaving te actualiseren. Aanleiding zijn technologische ontwikkelingen, veranderende veiligheidsvraagstukken en de behoefte aan meer uniformiteit in de toepassing van cameratoezicht binnen de openbare ruimte.
De actualisaties volgen op nieuwe landelijke uitgangspunten die begin 2026 zijn vastgesteld door gemeenten en politie. Deze tien principes moeten zorgen voor meer duidelijkheid over de inzet van cameratoezicht, de verantwoordelijkheden van betrokken partijen en de toepassing van nieuwe technologieën binnen het veiligheidsdomein.
Eén kader voor toezicht in de openbare ruimte
In de praktijk zijn de afgelopen jaren aanzienlijke verschillen ontstaan tussen gemeenten in de wijze waarop cameratoezicht wordt ingezet. Volgens de nieuwe landelijke uitgangspunten moet meer uniformiteit ontstaan in besluitvorming, uitvoering en toezicht.
Cameratoezicht blijft daarbij primair gericht op de handhaving van de openbare orde op basis van artikel 151c van de Gemeentewet. Burgemeesters behouden de bevoegdheid om camera’s in te zetten op locaties waar sprake is van structurele overlast, criminaliteit of verstoringen van de openbare orde.
De nieuwe principes zijn nadrukkelijk technologie-onafhankelijk opgesteld. Hierdoor zijn zij niet alleen van toepassing op traditionele camera’s, maar ook op innovatieve vormen van toezicht zoals drones, geluidssensoren, telcamera’s en andere datagedreven toepassingen.
Nieuwe technologie verandert het toezicht
Gemeenten experimenteren steeds vaker met innovatieve toezichtsmiddelen. Zo kondigde de gemeente Alkmaar aan vanaf 2026 drones in te zetten voor toezicht en handhaving binnen het kader van de Omgevingswet. Drones maken inspecties van daken, gevels en moeilijk bereikbare locaties efficiënter en veiliger uit te voeren. Tegelijkertijd worden aanvullende privacymaatregelen getroffen om ongewenste verwerking van persoonsgegevens te voorkomen.
Ook op andere terreinen groeit de inzet van slimme technologie. Gemeenten onderzoeken mogelijkheden voor realtime monitoring van drukte, verkeersstromen en veiligheidsrisico’s. Hierdoor verschuift handhaving steeds meer richting een datagedreven aanpak.
> LEES OOK: De 3-minuten-drone-revolutie
Privacy en proportionaliteit centraal
Met de uitbreiding van toezichtsmogelijkheden groeit ook de aandacht voor privacybescherming. Vrijwel alle nieuwe camerabeleidskaders besteden uitgebreid aandacht aan proportionaliteit, subsidiariteit en gegevensbescherming.
Gemeenten moeten kunnen aantonen dat cameratoezicht noodzakelijk is, dat er geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar zijn en dat de inzet van technologie in verhouding staat tot het beoogde veiligheidsdoel. Daarnaast gelden eisen voor bewaartermijnen, toegangsbeheer en de verwerking van camerabeelden.
> LEES OOK: Martin Krämer: ‘Eigenaren van IP-camera’s moeten beveiliging controleren’
Security management krijgt grotere rol
De actualisatie van camerabeleid raakt meerdere disciplines binnen gemeentelijke organisaties. Naast openbare orde en handhaving spelen informatiebeveiliging, privacybescherming, gegevensbeheer en leveranciersmanagement een steeds grotere rol.
Voor CISO’s, privacy officers en securitymanagers ontstaat daarmee een bredere verantwoordelijkheid. Zij moeten niet alleen toezien op de beveiliging van cameraplatformen en opslagomgevingen, maar ook op de rechtmatige verwerking van gegevens, leveranciersrisico’s en de integratie van nieuwe toezichtstechnologie binnen bestaande beveiligingsarchitecturen.
Bronnen: VNG, Politie, CCV en diverse gemeenten
Volg Security Management op LinkedIn








