Toen in 2012 de Nationale Politie werd ingevoerd, werd dat verkocht als een historische modernisering. Eén landelijk korps zou efficiënter werken, minder bureaucratisch zijn en criminaliteit slagvaardiger bestrijden. De politieke architecten, Ivo Opstelten en Fred Teeven, presenteerden de reorganisatie als een noodzakelijke stap naar een toekomstbestendige politieorganisatie. Ruim tien jaar later is de conclusie onvermijdelijk: de beloften zijn grotendeels niet waargemaakt. De Nationale Politie is verworden tot een logge, centraal aangestuurde organisatie die verder van de samenleving af staat dan ooit.
De grootste fout was misschien wel de overtuiging dat veiligheid vanuit Den Haag georganiseerd kan worden. Politiewerk is per definitie lokaal. Agenten kennen hun wijk, weten welke gezinnen aandacht nodig hebben, herkennen spanningen voordat ze escaleren en bouwen vertrouwen op met inwoners. Juist dat netwerk is in de afgelopen jaren uitgehold. Door bezuinigingen verdwenen tientallen kleinere politieposten uit dorpen en wijken. De politie verdween letterlijk uit de haarvaten van de samenleving. Burgers zien hun wijkagent minder vaak en de drempel om contact op te nemen is hoger geworden. Veiligheid begint niet achter een computerscherm in een regionaal hoofdkantoor, maar op straat.
Ook bestuurlijk heeft de reorganisatie meer problemen gecreëerd dan opgelost. De indeling in tien politie-eenheden sluit slecht aan op de veiligheidsregio’s. Burgemeesters zijn wettelijk verantwoordelijk voor de openbare orde, maar beschikken in de praktijk over steeds minder directe invloed op de politiecapaciteit in hun eigen gemeente. Zij moeten onderhandelen binnen ingewikkelde landelijke structuren waarin prioriteiten elders worden vastgesteld. Dat leidt tot frustratie en vertraging, juist op momenten waarop lokaal maatwerk noodzakelijk is.
De centralisatie heeft bovendien geleid tot een cultuur waarin de korpsleiding zich steeds nadrukkelijker lijkt te richten op landelijke beleidsagenda’s en maatschappelijke thema’s, terwijl veel politiemensen op straat vooral behoefte hebben aan duidelijk leiderschap, voldoende capaciteit en operationele ondersteuning. Critici ervaren dat de top van de organisatie veel aandacht besteedt aan interne veranderprogramma’s, diversiteitsbeleid en maatschappelijke positionering, terwijl de basis worstelt met personeelstekorten, hoge werkdruk en een toenemende geweldsdreiging. Of men die prioriteiten terecht vindt of niet, de kloof tussen de werkvloer en de korpsleiding lijkt de afgelopen jaren eerder groter dan kleiner te zijn geworden.
Stroperiger in plats van slagvaardiger
Daar komt bij dat de bureaucratie explosief is gegroeid. Waar de Nationale Politie bedoeld was om efficiënter te werken, ervaren veel medewerkers juist een overvloed aan managementlagen, verantwoordingssystemen en centrale besluitvorming. Besluiten die vroeger regionaal konden worden genomen, moeten nu langs verschillende bestuurlijke schijven. Dat kost tijd, geld en flexibiliteit. Een organisatie die slagvaardiger moest worden, is juist stroperiger geworden.
Niemand zal ontkennen dat landelijke samenwerking voordelen heeft bij de bestrijding van ondermijnende criminaliteit, cybercrime en terrorisme. Maar daarvoor was geen volledige centralisatie van de politieorganisatie noodzakelijk. Het Nederlandse politiebestel was vóór 2012 zeker niet perfect, maar kende wel een sterke lokale verankering en korte lijnen tussen burgemeester, korpsbeheerder en politiechef. Die verbinding is grotendeels verdwenen.
Tijd voor herbezinning
Na meer dan tien jaar is het tijd voor een fundamentele herbezinning. Niet uit nostalgie naar het verleden, maar vanuit de constatering dat veiligheid vraagt om nabijheid, vertrouwen en lokaal gezag. De politie moet weer zichtbaar zijn in buurten en dorpen, de wijkagent moet centraal staan en burgemeesters moeten opnieuw daadwerkelijk invloed krijgen op de inzet van de politie in hun gemeente. Centralisatie is geen doel op zichzelf. Wanneer een bestuurlijke hervorming leidt tot grotere afstand tussen politie en samenleving, is het legitiem om de vraag te stellen of het experiment van de Nationale Politie niet fundamenteel is mislukt.
Gert-Jan Ludden, directeur-eigenaar van SVDC-advies in crisisbeheersing
Lees meer:
- Crisiscommunicatie van de overheid: minder reputatie, meer relatie
- Nederland staat op een gevaarlijk kantelpunt
- Actuele dreigingen vereisen een robuuster veiligheidsbestel
- Versterk de rol van de provincie in crisisbeheersing
Volg Security Management op LinkedIn








