De wereld staat in brand en jij moet de schade beperkt houden. Is dat een taak die je aan kunt? Bedenk wel: goede crisisleiders doen meer dan alleen beslissingen nemen, ze moeten zich een weg banen door een mijnenveld van politieke muren, bureaucratie en menselijke trots. Crisisexpert Kemal Arslantaş deelt zijn ervaringen.
Door Peter Passenier / Beeld: Shutterstock
Februari 2023. Een paar dagen na de aardbeving in Turkije en Syrië heerste er complete chaos. Een gebied twee keer zo groot als Nederland lag in puin en betrouwbare informatie was schaars. Crisisleider Kemal Arslantaş stond voor een bijna onmogelijke keuze: waar begin je?
“Je hebt de eerste dagen heel weinig informatie”, zegt hij. “Hoeveel artsen zijn er nog? Hoeveel ziekenhuizen staan er overeind? Je hebt geen flauw idee. Wel wisten we via contacten dat in de regio Hatay een complex waar meer dan tweehonderd artsen woonden, volledig was ingestort. En dus wisten we zeker dat daar een enorme capaciteit aan medische hulp was weggevallen. Op basis van díe feiten legden we de focus op Hatay. Dat is de eerste les voor een crisismanager: je moet vol inzetten op wat je wél weet. Wachten op zekerheid is in een crisis een doodzonde.”
> LEES OOK: Vers van de pers: Security Management nummer 4: Crisismanagement
Geen rode loper
“Onzekerheid is niet het enige obstakel. Als crisisleider krijg je ook niet altijd volledige medewerking van de overheid. Wij waren een burgerinitiatief”, vertelt Arslantaş. “Mede daardoor kregen we toestemming van de minister om buitenlandse artsen mee te nemen. Maar let wel: grote organisaties zoals Artsen zonder Grenzen, Unicef en Dokters van de Wereld werd die toestemming geweigerd. Dat wil niet zeggen dat voor ons de rode loper werd uitgerold. We hadden grote voorraden medicatie klaar staan in Nederland, maar het Turkse ministerie wilde die niet accepteren. Een argument was: ‘Wij hebben zelf medicijnen en antibiotica genoeg.’ Maar dat was helemaal niet mogelijk: niemand is voorbereid op een ramp in een gebied van bijna 100.000 vierkante kilometer. Zeker in de eerste dagen heerste er een gebrek aan alles.”
Hindernissen
Het zijn maar een paar voorbeelden van de hindernissen die crisisleiders moeten nemen. Voeg daarbij de ellende die je soms onder ogen krijgt, de stress en het slaapgebrek die je denken vertroebelen, en je begrijpt: niet iedereen is voor deze functie geschikt.
Ben jij dat wel? Volgens Arslantaş zijn dit de vragen die je moet beantwoorden.
1. Staat het doel boven je ego?
Stel: je bent bezig met een grote hulpactie en je geeft leiding aan veertig vrijwilligers die helpen om spullen in te pakken en te verschepen. Dan komt er een verzoek binnen van een grote actualiteitenrubriek om die avond aan te schuiven. “Dat doe je op dat moment niet”, vindt Arslantaş. “Natuurlijk heb je, zoals ieder mens, behoefte aan erkenning en aandacht. Maar elke beslissing, elke actie en elke vorm van communicatie is ondergeschikt aan het hogere doel: het helpen van mensen in nood. Ik heb de samenwerking moeten stoppen met een collega die te veel op zichtbaarheid zat. Bij hem ging het niet langer om de hulp, maar om zijn eigen profilering.”
> LEES OOK: Gert Jan-Ludden: “Crisisbeheer is echt een vak”
2. Ben je schokbestendig?
Hoe reageer je als je mensen uit het puin ziet komen, met één arm en zonder lichaam? “Natuurlijk vind ik dat verschrikkelijk”, zegt Arslantaş. “Maar ik kan die gevoelens tijdelijk parkeren. Dat is belangrijk, want je moet onmiddellijk medische hulp kunnen bieden aan mensen die het nog wel nodig hebben. Die verwerking komt later. Dan krijg ik nachtmerries, en dat is menselijk en gezond. Ja, sommige mensen zijn schokbestendiger dan anderen, maar dit is wel iets wat je kunt trainen.”
Als crisisleider heb je vaak te maken met chaos
3. Kun je planmatig werken?
Als crisisleider heb je vaak te maken met chaos, maar volgens Arslantaş kun je toch structuur aanbrengen – in elk geval in je eigen handelen. “Zelfs basale zaken zoals slaap en communicatie moet je strak plannen. Tijdens die aardbeving werkte ik zestien tot achttien uur per dag en sliep ik maar twee tot vier uur. Om dat vol te houden heb ik alles van minuut tot minuut gepland. Ik ging op een vast tijdstip – 10 uur ’s avonds – naar mijn hotel, stopte met telefoontjes, maakte mijn werk af en plande mijn slaap van één tot vier uur ’s nachts. Als ik niet kon slapen, repeteerde ik een standaardzin: ‘Piekeren doen we om 4.00 uur, nu even niet.’ Zo organiseer je je eigen rust.”
4. Ben je daadkrachtig?
Arslantaş scherpt de vraag iets aan: heb je het vermogen om plannen snel om te zetten in actie? “Die snelheid is voor mij belangrijk. En dat is precies de reden dat ik vaak kies voor een burgerinitiatief. Bij een grote ngo zie je vaak meer praatkracht dan daadkracht. Dat is begrijpelijk, want zo’n ngo moet voldoen aan veel eisen vanuit de overheden en interne regulaties. Alleen denk ik dat deze regulaties en regeltjes te belangrijk zijn geworden. Bij een burgerinitiatief zie je dat veel minder. Ik kan direct een brief schrijven aan een minister zonder eerst door twintig hoepels te springen. Dat was de enige reden dat wij in Turkije van buitenaf artsen mochten meenemen.”
5. Handel je vanuit een principiële basis?
Iets wat daadkracht bevordert, is een duidelijke filosofie en een innerlijk kompas. “Een extreem voorbeeld is Socrates”, zegt Arslantas. “Die stelde dat zijn principes belangrijker waren dan zijn overleving, en dronk vervolgens de gifbeker leeg. Kies je voor het hogere doel, ook als dat pijn doet?”
Onze huidige premier Dick Schoof is geen leider
Beschikken we hier over goede crisisleiders? Arslantaş is niet overtuigd. “Onze huidige premier Dick Schoof is geen leider; hij vervult een leiderschapsrol, maar wordt door iedereen geduwd en er wordt aan hem getrokken. Het ontbreekt hem aan een principiële basis. Hetzelfde geldt voor Mark Rutte. Die had kwaliteiten, maar tijdens de coronacrisis negeerde hij vaak het advies van het OMT, gewoon omdat dat niet populair was. Dat ondermijnde het vertrouwen van experts. Degene die wel veel eigenschappen van een crisisleider in zich verenigt, is Geert Wilders: hij is consequent en consistent. Maar volgens velen mist hij een ethische basis en kiest hij vaak voor de populistische route.”
Testen
Dat brengt ons terug bij de vraag waar we mee begonnen: ben jij een goede crisisleider? Volgens Arslantaş kun je dat gemakkelijk testen. “Stel, je hebt een discussie met je partner of je collega. Hoe ga je ermee om? Slaag je erin om je ego te overwinnen om bij de kern van het conflict te komen? Lukt het je om kalm te blijven, of sta je al snel te schreeuwen? Mensen die niet met kleinere crisissituaties kunnen omgaan, lopen ook vast in grote. Dus oefen eerst in het klein.”
Wie is Kemal Arslantaş?
Kemal Arslantaş is een ervaren crisisexpert die wereldwijd actief is geweest bij rampen en in noodsituaties.
Arslantaşj werkte zowel met grote hulporganisaties als met kleinschalige burgerinitiatieven en stond aan de frontlinie tijdens de aardbevingen in Turkije en Syrië in 2023.
Volg Security Management op LinkedIn






