Met de Wet weerbaarheid kritische entiteiten (WWKE), inwerkingtreding op 15 augustus, en het beleidskader voor de bestrijding van drones, zijn de bevoegdheden toegenomen voor security-managers in de vitale infrastructuur. In dit artikel gaat Dirk Bekke, oprichter van LUGN Security, in op het hoe en wat.
Beeld: LUGN Security
Securitymanagers werkzaam in de vitale infrastructuur in Nederland en België, zijn de afgelopen maanden in toenemende mate geconfronteerd met ongewenste of onbekende drones in of nabij hun terreinen. Onder de huidige luchtvaartwetgeving geldt dat het luchtruim boven een terrein publiek eigendom is. Een eigenaar van een terrein is daardoor enkel eigenaar van de grond. Dat betekent voor securitymanagers dat zij wél verantwoordelijk zijn voor het bewaken en beveiligen van de grondgebonden assets, maar dat een drone in het luchtruim boven hun terrein niet automatisch een overtreding is.
Wettelijk kader
Momenteel wordt de vitale infrastructuur alleen beschermd tegen drones als er daadwerkelijk een overtreding wordt geconstateerd. Een gecontroleerde en integrale aanpak ontbrak tot op heden. Het gevolg hiervan is een gemeenschappelijk en publiek gevoel van onrust en onveiligheid, in sommige gevallen een onnodige escalatie én bij een reactie vaak een te late respons. Gelukkig is er nu een wettelijk kader en is het tijd voor de beveiligingsketen om dat kader samen in te vullen.
> LEES OOK: De Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten (WWKE) als aanjager voor security management
Groeiend veiligheidsvraagstuk
In de winter van 2025/2026 deden zich in Nederland en België meerdere incidenten voor waarbij onbekende drones werden waargenomen boven of in de nabijheid van kritische locaties, waaronder havens, de energie-infrastructuur en logistieke knooppunten. Zo werden boven militair terrein Elsenborn in België vijftig drones waargenomen op meer dan dertig locaties waarbij een vermoeden was van moedwillige indringers.
In veel gevallen bleef onduidelijk wie de operator was, wat het doel van de vlucht was en of er sprake was van een overtreding. Deze onduidelijkheid kreeg brede aandacht in de media en in de politiek en leidde tot vragen over toezicht, bevoegdheden en weerbaarheid. Voor betrokken organisaties en het bredere publiek had dit een zichtbaar effect: een groeiend gevoel dat het luchtruim een risico vormt; een structureel gevoel van onvoldoende controle en verhoogde kwetsbaarheid. Het kernprobleem is niet de aanwezigheid van drones, maar het ontbreken van een snelle en bruikbare duiding en versnelde mogelijkheid tot optreden.
De meldkamer kan de beelden laten beoordelen door de politie
Oplossingen
De oplossing hiervoor bestaat uit twee onderdelen.
1. Creëren van wettelijk gecontroleerd luchtruim
Bedrijven die drones gebruiken zijn verplicht hun aanwezigheid te melden in het luchtruim via bijvoorbeeld de GoDrone-applicatie en NOTAMs (Notice To Airmen). Daarin staat welke vliegmissies er uitgevoerd worden. Daarbij kan het verzoek gedaan worden aan anderen om het luchtruim niet te betreden. Deze tijdelijke maatregel heeft echter geen afdwingbaar karakter.
In het Europese en nationale luchtvaartkader bestaat echter ook de mogelijkheid om een geografische no-fly-zone voor drones in te stellen, bijvoorbeeld een totaal vliegverbod boven vitale infrastructuur of een gebied waar de overheid alleen één specifieke dronevliegmissie toestaat, bijvoorbeeld enkel drones ten behoeve van de beveiliging. Voor vitale infrastructuur kan dit instrument daarom worden gebruikt om het luchtruim te beperken voor toegang én zowel de grondgebonden assets als het luchtruim erboven te bewaken en te beveiligen.
> LEES OOK: Strenge beperkingen voor drones rond NAVO-top
2. Detectie zonder tijdige verificatie is onvoldoende
Om een no-flyzone te kunnen handhaven, moeten overtredingen snel worden opgemerkt, correct worden geduid en geautomatiseerd worden doorgezet naar meldkamer en het bevoegd gezag, zoals in de Staatscourant is gepubliceerd. In de beveiligingssector is men algemeen bekend met sensoren die terreinen bewaken. Op basis van deze alarmsignalen worden drones al uitgestuurd voor visuele verificatie en interventie.
Luchtruimdetectiesensoren kunnen aan die dynamische beveiligingslaag worden toegevoegd om ook bijzonderheden in het luchtruim te kunnen detecteren en door diezelfde beveiligingsdrone te laten verifiëren. Indringers die gebruikmaken van drones kunnen in korte tijd schade aanrichten en daarom is het belangrijk dat er niet alleen een indringer in het luchtruim wordt geconstateerd, ook effectief handelen is van belang. Zo kan bijvoorbeeld een securitydrone de detectie- en verificatietijd reduceren en gedurende het incident ingrijpen.
Hoe ziet dan luchtruimbeveiliging eruit als we het handelingskader voor de politie invullen?
Stap 1 – Detectie
Een multisensorlaag bewaakt permanent het luchtruim rond de locatie, al dan niet op grote afstand. Die sensorlaag detecteert het ongewenste UAS-object.
Stap 2 – Vergelijking met het toegestane luchtruim-beeld
Wanneer op die locatie een no-flyzone geldt, is er reeds een constatering van een incident, maar de mate waarin is nog onbekend.
Stap 3 – Geautomatiseerde responsetrigger
De 3D-locaties van de RF-dronecontroller en de drone zelf worden gebruikt om het automatische opvolgings-proces te starten met een keuze voor verificatie van de piloot (missie 1) of de overtredende drone (missie 2).
Stap 4 – Automatische inzet van de toegestane securitydrone
De securitydrone start op vanuit het lokaal gestationeerde dockingstation en voert onder supervisie van dronepiloten de bijbehorende automatische vliegmissie uit ter visuele verificatie van het object en zijn gedrag.
Stap 5 – Visuele verificatie
De securitydrone levert binnen één minuut live beeld van het object, het vlieggedrag, de locatie in de no-flyzone en de omgeving op de grond. Daarmee wordt de detectie binnen reguliere indringtijd omgezet in bruikbare operationele informatie:
- bevestiging dat het om een drone gaat
- bevestiging of de zone daadwerkelijk wordt betreden
- observatie van gedrag en mogelijke intentie
- aanvullende informatie voor interveniërend optreden door het bevoegd gezag.
De meldkamer ontvangt de beelden op hun VMS/PSIM en kan de beelden via LiveView laten beoordelen door de politie, die daarmee een handelingskader heeft om handhavend op te treden.
Nieuwe bedreigingen vragen om een nieuwe aanpak. De operationele waarde van deze nieuwe aanpak zit in de automatisering van dronedetectie en droneverificatie. Realtime sensordata en responsevlucht worden in één keten gekoppeld, waardoor detectie en verificatie binnen een minuut mogelijk zijn. Daarmee verandert een no-flyzone van een juridisch verbod op papier in een praktisch handhaafbaar en actief beveiligd luchtruim, mits de beveiligingsdrone als uitzondering is opgenomen.
Samenhangende inrichting
De beschreven aanpak vraagt niet alleen om techniek, maar om een samenhangende inrichting van juridische, lucht-ruim-operationele en technische beveiligingscomponenten. Met de Wet weerbaarheid kritische entiteiten wordt luchtruimbeveiliging een steeds belangrijker onderdeel van reguliere securityoperaties. Niet alleen grondsensoren, camera’s en beveiligers spelen daarbij een hoofdrol. Ook luchtruimsensoren, drones en de samenwerking tussen meldkamers en bevoegd gezag zullen steeds essentiëler worden. Zo worden luchtruimbeveiliging en het handhaven van no-flyzones uiteindelijk net zo vanzelfsprekend als de fysieke beveiliging van terreinen.
Dirk Bekke is samen met Alex Hermans oprichter van LUGN Security B.V. Hij gaf daarvoor als professor acht jaar leiding aan de onderzoeksgroep Robotica, Mechatronica en AI van Saxion. Als medeoprichter van drone-innovatiecluster Space53 in Enschede is hij al jarenlang betrokken bij diverse innovaties op het gebied van drones, waarbij niet alleen de techniek maar ook de ethische, sociale en wettelijke aspecten een rol spelen.
Volg Security Management op LinkedIn










