De zorgsector verandert in hoog tempo. Digitalisering, personeelstekorten en de behoefte aan efficiëntere communicatie zorgen ervoor dat nieuwe technologieën snel hun weg vinden naar de praktijk. Een van de meest zichtbare ontwikkelingen is de inzet van mobiele telefonie als middel voor alarmering en communicatie. Waar zorgprofessionals voorheen werkten met gescheiden systemen, komen steeds meer functies samen op één device.
Door Frank Arentsen / Beeld: BVM Groep Nederland
Die ontwikkeling lijkt logisch. Smartphones bieden flexibiliteit, zijn gebruiksvriendelijk en sluiten aan bij de dagelijkse praktijk van zorgmedewerkers. Tegelijkertijd roept deze verschuiving een fundamentele vraag op: wat betekent deze manier van werken voor de betrouwbaarheid en borging van veiligheidssystemen?
Wet- en regelgeving
Het gaat vooral over de relevante wet- en regelgeving, technische ontwikkelingen, certificeringseisen, valkuilen en voordelen van moderne mobiele alarmeringssystemen in de zorg. Volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), artikelen 3.119 en 4.213, moet een gebouw waar een brandmeldinstallatie verplicht is, ook een ontruimingsalarminstallatie hebben. Voor iedere ontruimingsalarminstallatie (OAI) moet een programma van eisen volgens NEN 2575 worden opgesteld, waarin ontwerp, uitvoering en gebruiksafspraken zijn vastgelegd.
Hierbij is voor mobiele telefonie de volgende norm relevant: NEN 2575-4 (2012/2013) – introductie strengere eisen voor stille alarmering, bewaking van componenten, voeding conform NEN EN 54-4 en verplicht gebruik van een bedienpaneel. Waar traditionele alarmeringssystemen in de zorg (zoals semafoon en PZI: personen-zoekinstallatie) waren ingericht als gesloten systemen, wordt met mobiele telefonie het speelveld verplaatst naar een open en dynamische omgeving.

Het gebruik van de mobiele telefoon draagt bij aan de veiligheid van de patiënt en de continuïteit van de zorg.
Systeem wordt minder tastbaar
De communicatie verloopt via netwerken, cloudoplossingen en koppelingen tussen verschillende systemen (wifi, 5G en andere netwerken). Daarmee verandert niet alleen de techniek, maar ook de aard van het systeem zelf. Het wordt minder tastbaar en minder eenduidig af te bakenen.
Instellingen staan nu op het punt om te kiezen tussen de vervanging van bestaande PZI’s, of de overstap naar toekomstgerichte multifunctionele smartphone-gebaseerde OAI-systemen. Met deze nieuwe systemen is het mogelijk om functionaliteiten te combineren. Denk daarbij aan stillere alarmering via apps, bhv-oproepen, alleen werkbeveiliging, zorgoproepen, telefonie, locatiebepaling en koppelingen met gebouwbeheersystemen.
Nieuwe afhankelijkheden
Juist daar ontstaat spanning. Want waar klassieke installaties zoals brandmeld- en ontruimingsalarmsystemen zijn opgebouwd op basis van voorspelbaarheid en controle, zijn mobiele oplossingen afhankelijk van een keten van factoren die niet allemaal binnen dezelfde verantwoordelijkheid vallen. Netwerkbeschikbaarheid, software-updates, gebruikersbeheer en integraties spelen een steeds grotere rol in het functioneren van het geheel.
Dat heeft directe gevolgen voor certificering en toetsing. Waar voorheen relatief duidelijk was wat er beoordeeld moest worden, ontstaat nu een diffuus beeld. Wat is in dit geval het systeem dat je certificeert? De installatie, de applicatie, het netwerk of het device?
> LEES OOK: Brandveiligheid in woonvormen met zorg: tussen regels en realiteit
Verschillende certificaten
Er bestaan verschillende certificaten voor OAI-systemen: inspectiecertificaat, productcertificaat, installatiecertificaat en onderhoudscertificaat. Voor de markt is er nog geen volledige eenduidigheid. Hoe toon je aan dat een melding onder alle omstandigheden daadwerkelijk aankomt bij de juiste persoon? Verder gelden voor zorginstellingen ook de normeringen rondom informatiebeveiliging zoals ISO 27001, NEN 7510/12/13, ISO 19600, ISO 13485, K21023, MDR klasse II-B en de AVG-kaders.
In de praktijk leidt dit tot situaties waarin systemen technisch functioneren en in het dagelijks gebruik als betrouwbaar worden ervaren, maar waarbij de onderliggende borging minder transparant is. Dat hoeft niet direct tot problemen te leiden, maar maakt het wel lastiger om de veiligheid aan te tonen, zeker in een sector waarin die aantoonbaarheid essentieel is.
Verschuiven van de verantwoordelijkheid
Daarbij speelt ook een organisatorisch aspect dat vaak wordt onderschat. De inzet van mobiele telefonie raakt meerdere disciplines binnen een organisatie. Waar voorheen de verantwoordelijkheid voor alarmeringssystemen vaak bij facilitaire of technische afdelingen lag, verschuift een deel van die verantwoordelijkheid naar ICT. Tegelijkertijd blijft de impact van falen onverminderd groot, omdat het direct raakt aan patiëntveiligheid en de continuïteit van de zorg.
Deze verschuiving vraagt om een andere manier van kijken. Niet alleen naar techniek, maar naar het geheel van processen, verantwoordelijkheden en afhankelijkheden.
Samenhang van alle onderdelen
De betrouwbaarheid van een systeem wordt niet langer bepaald door één installatie, maar door de samenhang van alle onderdelen die nodig zijn om een melding daadwerkelijk te laten landen waar die moet zijn. Dit brengt organisatorische én technische uitdagingen met zich mee. Denk hierbij aan afdelingsoverstijgend denken en -handelen tussen facilitair en ICT, beheerproblematiek, afwegingen over eigen servers versus cloudoplossingen en eventuele begrenzingen van functionaliteiten in verband met kostenoverwegingen en betrouwbaarheid.
Eenvoud versus complexiteit
Het risico is dat de eenvoud aan de voorkant – één apparaat, één interface – de complexiteit aan de achterkant verhult. Juist omdat systemen gebruiksvriendelijk zijn en in de praktijk goed lijken te functioneren, ontstaat al snel het vertrouwen dat het onder alle omstandigheden goed zal gaan. Maar die aanname verdient nuance.
De vraag verschuift daarmee van ‘werkt het?’ naar ‘is het onder alle omstandigheden geborgd?’ En dat is een wezenlijk andere vraag, die niet alleen technisch, maar ook bestuurlijk beantwoord moet worden.
De voordelen van de moderne mobiele systemen zijn duidelijk:
- Automatische bewaking van de bhv-bezetting
- Hogere gebruikszekerheid (iedereen heeft altijd zijn smartphone bij zich)
- Laagdrempelige en gebruiksvriendelijke bediening
- Modulaire uitbreidbaarheid
- One device-concept: telefoon, zorgoproep, alarmering, locatiebepaling portofoongebruik
- Geen zendmachtiging nodig
- Koppelingen met brandmeldinstallatie, zorgsystemen en gebouwbeheer
- Bedrijfsspecifieke scenario’s, protocollen en taakkaar-ten direct beschikbaar
Mobiele systemen zijn niet alleen functioneel beter, maar worden ook daadwerkelijk gedragen door alle medewerkers – iets wat bij meer traditionele systemen vaak niet meer lukt.
Wie is verantwoordelijk?
Uiteindelijk komt het neer op verantwoordelijkheid. Wie is eigenaar van het geheel? Wie overziet de keten van afhankelijkheden? En wie maakt de afweging tussen gebruiksgemak, kosten en aantoonbare veiligheid?
Het zijn vragen die niet met één norm of richtlijn te beantwoorden zijn. De ontwikkeling van mobiele telefonie in de zorg loopt vooruit op de kaders die traditioneel houvast bieden. Dat betekent dat organisaties, adviseurs en toezichthouders samen invulling moeten geven aan wat in deze context als ‘voldoende veilig’ wordt beschouwd.
Strategische keuze
De inzet van mobiele telefonie is daarmee geen puur technische keuze, maar een strategische. Een keuze die vraagt om bewustzijn van de onderliggende risico’s en om expliciete keuzes in hoe die risico’s worden beheerst.
Factoren die bijdragen aan een succesvolle implementatie zijn zaken als het kiezen van een passende gecertificeerde oplossing, goede samenwerking tussen ICT en facilitair, duidelijke beheerafspraken en een realistische kosten- en risicoafweging.
Balans
De richting is duidelijk: mobiele oplossingen zullen een steeds grotere rol spelen in de zorg. De uitdaging ligt niet in het tegenhouden van die ontwikkeling, maar in het zorgen dat de veiligheid meebeweegt.
De overstap vraagt om zorgvuldige afwegingen op het gebied van certificering, ICT-inrichting, informatiebeveiliging, beheer en kosten. Niet als sluitstuk, maar als integraal onderdeel van het ontwerp en gebruik. Alleen dan ontstaat een situatie waarin innovatie en veiligheid elkaar versterken.
Volg Security Management op LinkedIn








