De zogeheten netcentrische crisisbeheersing maakte de afgelopen jaren een professionaliseringsslag door. Steeds meer (crisis) organisaties en hulpdiensten geloven in de kracht van het netwerk. Dit werd bewezen tijdens de NAVO-top in Nederland waarbij diverse crisispartners succesvol samenwerkten.
Door: Redactie / Beeld: Shutterstock
Bij grote incidenten of evenementen moeten hulpdiensten snel kunnen schakelen. Dat lukt het beste als je elkaar goed weet te vinden. Tijdens de NAVO-top 2025 was dit het geval: de hulpdiensten vormden een netwerk en wisselden informatie uit via het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS). De gebruikersaantallen van het LCMS lieten pieken zien van maar liefst vijf keer het reguliere dagelijks gemiddelde.
“Een netwerk van ervaren mensen die elkaar weten te vinden, is minstens zo belangrijk als de ondersteunende tool”, zegt luitenant-kolonel Ronald Sanders, projectleider LCMS (Landelijk Crisis Management Systeem) en netcentrisch werken bij Defensie.
“Informatievoorziening is een soort levensader van de crisisbeheersing; zonder informatie is besluitvorming heel lastig”, vult adviseur crisisbeheersing Martijn Bekker aan. Vanuit het Nationaal Crisis Centrum (NCC) was hij tijdens de NAVO-top voorzitter van de landelijke expertgroep Informatiemanagement.
> LEES OOK: Vers van de pers: Security Management nummer 4: Crisismanagement
Netcentrisch samenwerken anno 2025 de norm
De samenwerking tussen crisispartners startte al zo’n anderhalf jaar voor de NAVO-top. Deze ruime voorbereidingstijd verschilt met die van eerdere, gelijksoortige evenementen waarbij de afstemming veel meer ad hoc plaatsvond. En ook tijdens de coronacrisis was samenwerking in een netwerk nog veel minder een vanzelfsprekendheid. Gedreven door het veranderende crisislandschap is netcentrisch samenwerken anno 2025 voor steeds meer crisisorganisaties de norm.
Bekker: “Door de toenemende complexiteit van crises, maar soms ook door een overload aan informatie, moet je heel goed weten wat je nodig hebt en hoe je gericht informatie deelt met crisispartners. Het aantal partners dat inmiddels bekend is met de basisprincipes van informatiemanagement en netcentrische crisisbeheersing, is enorm toegenomen. In het bijzonder de collega’s van de politie en Defensie hebben daarin mooie stappen gezet.”
Zorgvuldige voorbereiding
Ter voorbereiding op de NAVO-top brachten Bekker en zijn collega’s op nationaal niveau de betrokken crisispartners bij elkaar. Dit resulteerde in een op maat gesneden multinetwerk met goede kennis van elkaars informatiepositie en verantwoordelijkheden, en de verhouding daarvan tot de overkoepelende opgave en belangen van de top.
Bekker: “We zijn gestart met de politie, Koninklijke Marechaussee, Defensie, Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing Infrastructuur en Waterstaat, Buitenlandse Zaken en Veiligheidsregio Haaglanden. In een latere fase sloten onder andere analisten van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en collega’s van het Nationaal Cyber Security Centrum aan. Ook vroegen we de collega’s van het LOCC-KCR2 om een zogenaamde regiocel in te richten, met daarin de meest nauw betrokken veiligheidsregio’s. Als netwerk ontwikkelden we thematische templates voor het beeld van het nationale Informatieteam. Deze thema’s waren vrij generiek, maar wel getoetst aan de hand van de vooraf opgestelde sleutelbesluiten en uitgewerkte scenario’s. Dit maakte dat we in de basis goed waren voorbereid.”
> LEES OOK: Tevredenheid bij politie over verloop NAVO-top 2025
Voorbereiding eigen organisaties
Gedegen voorbereiding vond niet alleen binnen het netwerk van crisispartners plaats, maar eerst en vooral ook binnen de eigen organisaties. Sanders: “Tijdens de NAVO-top werkten voor het eerst alle betrokken krijgsmachtdelen samen in het LCMS; in defensietermen een JOINT-operatie. Dit was mogelijk doordat we versneld opleidingen en trainingen gaven in het al lopende traject van LCMS-implementatie in alle organisatieonderdelen van Defensie.
Speciaal voor de top richtten we een OPSROOM NS25 in, waarin we alle informatie samenbrachten. Bijvoorbeeld de geografische informatie: deze bestond uit honderden objecten en tekenlagen, en een gedetailleerde weergave van de planning van de operatie. Van die informatie maakten we een intern defensie-situatiebeeld, en een extern beeld om te delen met crisispartners, zoals de politie, waarmee de Koninklijke Marechaussee nauw samenwerkt.”
Krachtig optreden
Dat een goede, gezamenlijke voorbereiding het halve werk is, ondervonden de verschillende crisispartners tijdens de top. De succesvolle samenwerking zorgde voor een krachtig optreden als netwerk. Bekker: “Als netwerk begrepen we allemaal dat de opgave van deze top onze individuele belangen oversteeg en dat daardoor de bereidheid tot samenwerken en informatie delen echt hoog was.”
Sanders: “Bij het voorbereiden en tijdens de top zelf merkte je dat niet alleen de samenwerking erg goed is, maar dat er ook een vanzelfsprekendheid is om elkaar te helpen. Men kent elkaar en de netcentrische samenwerkingsprincipes al, en heeft soms ook eerder samengewerkt bij dergelijke evenementen. Dit maakt het afstemmen en coördineren vanzelfsprekend.”
Het LCMS en de doctrine netcentrisch werken zijn onderdeel van de Landelijke Voorziening Crisisbeheersing (LVCb). De LVCb ondersteunt bij alle fases van crisisbeheersing op het vlak van samenwerking en informatie-uitwisseling. Meer dan 1000 organisaties zijn aangesloten bij de LVCb.
Dit artikel is een bewerking van het artikel dat eerder is gepubliceerd op nipv.nl
Volg Security Management op LinkedIn






