Noodverlichting moet in de eerste plaats veilig zijn. Maar in een luxueus hotel als Van der Valk Lelystad speelt nog iets anders: uitstraling. ABB/VanLien Noodverlichting zocht samen met de installateur naar een oplossing die veilig, fraai, snel te installeren en eenvoudig te onderhouden is.
Door Peter Passenier / Beeld: Shutterstock, ABB/VanLien
Was vroeger alles beter? Nou, in ieder geval niet de noodverlichting. Luister bijvoorbeeld naar Rolf Kremer, accountmanager bij ABB/VanLien. ‘Toen ik begon in dit vak, bevatte de noodverlichting vaak een tl-buisje. Dat brandde, maar dat was het dan ook. Heel erg regelmatig was dat niet en je zag nog wel eens wat vlekjes in die pictogrammen. Tegenwoordig is led de standaard. Dat is niet alleen zuiniger en heeft een langere levensduur, maar het ziet er ook allemaal veel strakker uit. Die ledjes zitten verdeeld over de hele armatuur en dus krijg je een strak uitgelicht pictogram. Het lijkt tegenwoordig nog het meest op een televisieschermpje. Bovendien kunnen we tegenwoordig ook variëren in de kleur. Nee, dat mannetje zelf blijft groen; dat is wettelijk voorgeschreven. Maar de armaturen eromheen kunnen we tegenwoordig alle kleuren geven. Zwart is nu bijvoorbeeld de nieuwe trend.’
Esthetiek van de noodverlichting
De esthetiek van de noodverlichting. Het is best mogelijk dat je je daar nog nooit in hebt verdiept. En inderdaad, volgens Rolf Kremer zijn er veel opdrachtgevers voor wie het niet heel erg belangrijk is. ‘Maar we leveren bijvoorbeeld ook de noodverlichting aan Pathé-bioscopen, en die hebben natuurlijk een high-end uitstraling. Bovendien wil de opdrachtgever dat het licht ietsje gedimd kan worden, zodat mensen er niet zo’n last van hebben tijdens een voorstelling.’
Uitstraling
Een ander project waar de esthetiek een grote rol speelde: het Van der Valk Hotel in Lelystad. ‘Dat is tegenwoordig een luxueus hotel waarbij het echt gaat om de beleving’, vertelt Kremer. ‘En dus was de noodverlichting een interessante uitdaging. Die is natuurlijk verplicht, maar tegelijkertijd is het niet erg sexy. Dus het was onze taak om het te laten passen bij de uitstraling van het hotel. Daarom hebben wij gekozen voor onze Evago. Daarmee krijgen we kleine spotjes voor het witte licht, zo minimalistisch mogelijk. En de pictogrammen zijn wel groen en wit, maar de omlijsting hebben wij een kleur gegeven die past bij het design van het hotel. Bovendien kozen we voor een klein, minimalistisch armatuurtje. Dat brandt heel strak en netjes.’
Geen ingewikkelde bedrading
De wensen van Van der Valk bleven niet beperkt tot de esthetiek. Het hotel koos ook voor efficiency. Preciezer gezegd: de noodverlichting moest ‘stekerbaar’ worden uitgevoerd. ‘Bij ‘stekerbaar’ kun je denken aan een stekker’, zegt Fieraas Aliahmad, product-marketingmanager Benelux-Sweden voor Emergency Lighting (EML) bij ABB/ VanLien. ‘De noodverlichting moet net zo makkelijk worden geïnstalleerd als een stekker in het stopcontact steken. Dus er moet geen ingewikkelde bedrading aan zitten. Klik het erin, zet het in het plafond en het is klaar. En daardoor is het ook heel gemakkelijk te onderhouden.’
Levensduur
Het is duidelijk: Van der Valk koos voor high-end producten. En volgens Kremer zie je dat terug in de levensduur. ‘Een lowbudgetproduct gaat zo ongeveer vijf jaar mee en dan moet het worden vervangen. Voor de retail is dat niet zo’n bezwaar. Het komt regelmatig voor dat zo’n winkel iedere vijf jaar grondig wordt verbouwd en dat alles wordt verwijderd, ook de noodverlichting. Dus voor die klanten is een levensduur van vijf jaar meer dan voldoende. Maar bij het Van der Valk Hotel ligt dat heel anders. Daar hebben ze gekozen voor een armatuur dat twaalf jaar lang brandt, dag en nacht.’
> LEES OOK: Hoe zorg je dat centrale noodverlichting altijd functioneert?
Goede communicatie en een plan
Eén aspect is bij zo’n groot project natuurlijk essentieel: goede communicatie. En in eerste instantie was ABB/Van Lien daar niet bij betrokken. ‘Het begon met een overleg tussen de opdrachtgever en de installateur’, vertelt Kremer. ‘Maar wij werken al heel lang met die betreffende installateur samen, en bovendien zijn wij marktleidend. Dus is het logisch dat wij snel in beeld kwamen. Hoe dat gaat? Die installateur komt bij ons langs en vraagt ons een plan te maken. Waar moeten al die armaturen nou zitten? En om de hoeveel meter moeten we een spotje hebben? Vervolgens maken wij een projectie van het gebouw: van alle negen verdiepingen of meer. En uiteindelijk stelt onze distributeur de nettoprijs op. Dat vind ik ook het mooie van dit werk. Wij leveren niet alleen een product, maar ook alles eromheen.’
Rol van de distributeur
Hij is al eerder ter sprake gekomen: de distributeur. Want volgens Aliahmad speelt die een belangrijke rol. ‘Tijdens het project worden producten aangevoerd, en dat aanvoeren noemen we kitten. Nee, dat heeft niets te maken met lijm. Het gaat erom de precieze voorraad die wordt aangeleverd, af te stemmen op het deel van het gebouw waar de monteurs op dat moment werken. De installateur kijkt bijvoorbeeld naar één verdieping en zegt dan: ik wil 150 pictogrammen en 200 spotjes in een kit op een pallet. En dat wil ik dan en dan hebben op de eerste verdieping. Dat is niet onze taak: dat geven wij door aan de distributeur. Die kit het voor ons en zorgt ook voor het transport. Het grote voordeel is dat niet elke fabrikant met zijn eigen vrachtwagentje naar het project komt, maar dat dat allemaal bij die ene distributeur wordt ondergebracht.’
Praktische uitdagingen
Kremer is de vertegenwoordiger, dus hij was ook aanwezig bij het project zelf. Dat gebeurt niet alleen tijdens het voorstadium, maar ook tijdens de uitvoering. ‘Tijdens zo’n bezoek heb ik regelmatig contact met de installateur, de projectleider, de werkvoorbereider en de montagebegeleider. Dan hebben we het over prijzen, artikelnummers, maar ook over levertijden. Je moet weten: bij dit project waren de deadlines heilig. Want je kunt niet roepen dat het hotel twee weken later open moet. Dus hebben we het vaak over praktische uitdagingen. Dan zegt de installateur: we hadden die armaturen willen hebben aan het einde van de week, want dan willen we die ruimte opleveren. Maar we zien in de levertijd dat die pas volgende week dinsdag binnenkomen. Kun je daar nog iets aan doen? Vervolgens kijk ik of we daar samen met de groothandel nog een draai aan kunnen geven.’
Buitenverlichting
Zoals gezegd, bij een hotel als dat van Van der Valk moet noodverlichting voldoen aan de eisen van de esthetiek. En soms is dat lastig. Vooral als het gaat om de situatie buiten. ‘Dat is iets waar je als leek misschien niet over nadenkt’, zegt Aliahmad. ‘Want je zou kunnen denken: wie bij een eventuele calamiteit eenmaal buiten is, heeft geen noodverlichting meer nodig. Maar dat is te simpel. Stel je voor: er is sprake van een calamiteit en het licht valt uit. Dan is de kans aanwezig dat mensen in paniek raken. En als je met z’n tienen of z’n twintigen door een laatste finale uitgang moet gaan, wil je niet dat het daar donker is. Want dan reageren mensen terughoudend en voelen ze niet de drang om naar buiten te gaan. Juist licht geeft richting. Op het moment dat we de buitenkant verlichten, weten mensen waar ze naartoe gaan en verhoogt dat de veiligheid. Los daarvan is die buitenverlichting ook verplicht.’
Dat is wel een echte extra uitdaging. Want juist die buitenverlichting is moeilijk in overeenstemming te brengen met de esthetische eisen van de opdrachtgever. ‘Buiten moeten we terugvallen op een ander type armatuur’, vertelt Aliahmad. ‘Die moet vorstbestendig zijn en ook tegen warmte kunnen. En dus wordt die automatisch groter. Aan de andere kant, het gaat wel om het aanzicht van het gebouw. Dus we vinden het ook belangrijk dat het er allemaal een beetje mooi uitziet.’
Jaarlijks testen
En wat als de noodverlichting is geïnstalleerd? Volgens Aliahmad zit het werk er dan nog niet helemaal op. Natuurlijk moet die installatie dan ook worden getest. En dat is de verantwoordelijkheid van de installateur. ‘Maar het zou heel goed kunnen dat we daar ondersteuning bij bieden of advies over geven. Je moet weten: voor noodverlichting geldt een verplichte autonomietijd. De armaturen bevatten een klein batterijtje dat minimaal een uur meegaat. Als de stroom plotseling uitvalt, blijft de verlichting toch branden. Dus wordt er ieder jaar een zogeheten autonomietest uitgevoerd. Vroeger ging dat handmatig, maar nu zijn die producten zo geavanceerd dat je dit volautomatisch kunt afhandelen. Op het moment dat de verlichting niet goed functioneert, geeft die dat zelf aan door middel van een storingsled.’
Verpakkingsloos aanleveren met het oog op duurzaamheid
Kremer kijkt dus terug op een geslaagd project. Maar toch is het de vraag of ze het in de toekomst exact zo zouden uitvoeren. ‘We merken dat klanten meer en meer nadruk leggen op duurzaamheid. Daarom proberen we het aantal transportkilometers al terug te brengen door de aanvoer van onze producten te combineren met die van andere leveranciers. Maar tegelijkertijd hebben we alles in dozen zitten en gebruiken we aardig wat plastic materiaal. En je kunt je voorstellen: bij honderden armaturen loopt de hoeveelheid afval snel op. Daarom gaan we ons verdiepen in het verpakkingsloos aanleveren.’
‘Nee, dat is niet simpel’, vervolgt hij, ‘want we moeten met allerlei partijen samenwerken. Bovendien zit die verpakking er natuurlijk niet voor niets omheen. Hoe voorkomen we dat de armaturen beschadigen? En als dat toch gebeurt, wie is daar dan verantwoordelijk voor? Dat zijn vragen die we de komende tijd proberen te beantwoorden. Ja, dit project met het Van der Valk Hotel in Lelystad was een groot succes. Maar we blijven zoeken naar methoden om onszelf te verbeteren.’
Volg Security Management op LinkedIn








