Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 19 februari 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep van Odido tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
De zaak draait om een maatregel die de minister aan Odido heeft opgelegd. Deze verplichting houdt in dat het telecombedrijf geen gebruik meer mag maken van apparatuur van Huawei en ZTE in de kritieke onderdelen van haar mobiele netwerk. Odido moet bestaande apparatuur vervangen. Volgens het CBb is deze verplichting terecht opgelegd.
Tegengaan digitale spionage
Aanleiding voor de maatregel waren adviezen uit 2018 van de AIVD en MIVD, waarin werd gewezen op een toename van digitale spionage binnen de telecomsector. Na een risicoanalyse door de Taskforce Economische Veiligheid is regelgeving opgesteld. Op basis daarvan kreeg de minister de bevoegdheid om telecomaanbieders te verplichten alleen gebruik te maken van apparatuur van zogenoemde ‘vertrouwde leveranciers’ in cruciale netwerkonderdelen, wanneer dit nodig is voor de nationale veiligheid of openbare orde. Op grond van deze bevoegdheid is de maatregel aan Odido opgelegd.
> LEES OOK: Odido-hack begon met phishingmail en neptelefoontjes van ‘ICT-afdeling’
Geen strijd met Europese regels
Volgens het CBb biedt de Telecommunicatiewet een geldige juridische basis voor de maatregel. De wet is niet in strijd met de Europese Telecomcode. Ook de zogenoemde Europese softlaw steunt de toepasselijke bepaling van de Tw. Daarnaast is de regelgeving niet in strijd met het vrije verkeer van goederen, het evenredigheidsbeginsel of het verbod op willekeur. De maatregel zelf is zorgvuldig tot stand gekomen, bevat een redelijke termijn voor vervanging en schendt niet het eigendomsrecht van Odido.
Bron: rechtspraak.nl
Volg Security Management op LinkedIn









