Een beveiliger van een penitentiaire jeugdinrichting wordt aangehouden wegens het los laten lopen van zijn hond. Hij bedreigt de opsporingsambtenaar en legitimeert zich met zijn justitiepas. Hij wordt veroordeeld zonder strafoplegging. De werkgever gaat over tot ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Het hoogste rechtscollege acht dit terecht. Ook gedragingen buiten werktijd kunnen onder omstandigheden plichtsverzuim opleveren.
Een man werkt sinds maart 1979 als complexbeveiliger bij een justitiële jeugdinrichting. Wegens een verstoorde arbeidsrelatie wordt hij in mei 2007 overgeplaatst naar een ander complex. Door diverse omstandigheden, waaronder een mediation-traject en ziekte, is hij daar feitelijk nooit aan het werk gegaan. In april 2008 wordt hij aangehouden wegens bedreiging en/of belediging van een gemeentelijk opsporingsambtenaar.
Aanleiding was het opleggen van een boete wegens het los laten lopen van zijn hond. Op de vraag om zich te legitimeren heeft zijn justitiepasje getoond. De beveiliger weigert een transactievoorstel, omdat hij de zaak wil laten voorkomen. Bij een werkhervattingsgesprek op 8 september 2008 meldt hij zijn teamleider, dat hij is gedagvaard wegens bedreiging van een opsporingsambtenaar. De politierechter acht de man op 23 september 2008 schuldig aan de bedreiging met enig misdrijf tot het leven gericht, echter zonder strafoplegging. Hoger beroep wordt niet ontvankelijk verklaard. Hij wordt per 1 januari 2009 ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Bezwaar en beroep tegen deze beslissing zijn vergeefs en de beveiliger stapt naar de hoogste bestuursrechter. Hij erkent dat hij zich had moeten beheersen. Ook de legitimatie met de justitiepas was onjuist, maar ontslag is een te zware maatregel.
Ernstig plichtsverzuim
De Raad overweegt dat een ambtenaar die zich aan plichtsverzuim schuldig maakt disciplinair kan worden gestraft. Plichtsverzuim is zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets wat een goed ambtenaar behoort na te laten of te doen. Dat geldt ook bepaalde handelingen buiten werktijd die het aanzien van de openbare dienst schaden.
De beveiliger heeft volgens de Raad zijn leidinggevende niet te laat geïnformeerd. Hij zat tijdens het voorval al vier jaar thuis en had, buiten de gesprekken over de werkhervatting, weinig contact met de leiding. Hij heeft de dagvaarding wel uit eigen beweging gemeld bij het eerstvolgende reguliere gesprek. Dat was gezien de situatie voldoende tijdig.
Het voorval van april 2008 is ernstig plichtsverzuim. Hierbij hecht de Raad grote betekenis aan de onkreukbaarheid van een ambtenaar die werkt als complexbeveiliger bij een justitiële jeugdinrichting, bestemd voor opvang en opvoeding van jeugdigen. Van hem mocht, gezien zijn positie, terecht worden verwacht dat hij zich had weten te beheersen en zich bewust was van de ontoelaatbaarheid van zijn bedreiging en zijn gedrag. Door zich te legitimeren met een justitiepasje heeft hij bovendien de dienst waar hij is aangesteld in diskrediet gebracht. Daarmee heeft hij zich niet gedragen zoals een goed ambtenaar behoort te doen en heeft hij zich – verwijtbaar – schuldig gemaakt aan plichtsverzuim. Dat is hem volledig toe te rekenen, zeker nu hij in 2003 al disciplinair was gestraft, zodat hij als gewaarschuwd man gold. Het ontslag was niet onevenredig aan het plichtsverzuim, omdat de minister hoge eisen mag stellen aan de betrouwbaarheid, integriteit en de voorbeeldfunctie van functionarissen die werken bij een justitiële jeugdinrichting.
Nare afloop
De beveiliger heeft nog betoogd dat het ontslag mede is veroorzaakt doordat hij eerder als klokkenluider enkele misstanden aan de kaak heeft gesteld. Maar dat blijkt nergens uit en staat ook los van de oorzaak van het ontslag: het bedreigen van een opsporingsambtenaar. Een nare afloop voor een man met 30 dienstjaren!
Centrale Raad van Beroep, 22 september 2011, LJN: BT7326
Mr. ing. R.O.B. Poort is jurist en veiligheidskundige (www.bureaupoort.nl)

