Ik liep laatst een splinternieuw kantoor binnen waar je zonder badge nog geen koffie uit de automaat krijgt. Draaideuren, camera’s, toegangscontrole tot aan het toiletniveau. Alles strak geregeld. En precies daarom viel het me direct op: een branddeur in een brandwerende scheiding stond open met een deurwig. Niet een beetje open. Gewoon: permanent open, alsof het een terrasdeur was in de zomer.
Dat is het tragische aan brandveiligheid: je ziet het vaak pas te laat. En als het misgaat, kan het razendsnel gaan. In de nieuwjaarsnacht werd dat pijnlijk duidelijk bij de brand in Crans-Montana. Binnen enkele minuten was er een extreme situatie met verschrikkelijke gevolgen. Nu is dat natuurlijk een andere setting dan een Nederlands kantoorpand of een woongebouw. Maar het mechanisme is hetzelfde: onderschatting, routine, onbekwaamheid, ‘het zal wel loslopen’, en dan ineens is er geen tijd meer om te improviseren.
Brandveiligheid botst met primaire proces
Juist dáár raakt brandveiligheid het securityvak. Securitymanagers krijgen vaak óók brandveiligheid en bhv op het bord. Dat is logisch: het gaat over beheersing van risico’s en het organiseren van veiligheid. Alleen… brandveiligheid kent een extra uitdaging: het botst soms met het primaire proces in een gebouw en met beveiligingsreflexen. De deur moet dicht (brand), maar ook open (logistiek); de deur moet open (vluchten), maar ook dicht (toegangscontrole); de gang moet leeg (vluchtroute), maar dient ook voor opslag (kerstboom, krat, fietsen, opladers). En dan hebben we het nog niet over fietsaccu’s, powerbanks, scootmobielen, elektrisch gereedschap. Daar is veel winst te behalen.
De brandveiligheidsregels zijn strenger geworden. Een bankje op een open galerij: daar kun je het nog in alle redelijkheid over hebben. Maar een scootmobiel die opgeladen wordt in een trappenhuis, is niet toegestaan.
Begin simpel met drie rondes door je gebouw
Drie rondes
Goed brandveiligheidsbeleid begint simpel met drie rondes door je gebouw:
- Brand- en rookwerende deuren die open staan (wig, tape, stoelpoot) zijn geen detail. Het is alsof je je camera’s afplakt.
- Ronde 2: routes: vluchtroutes zijn routes, geen opslagruimtes. Als mensen moeten vluchten, wil je nul verrassingen.
- Ronde 3: energie: waar worden batterijen opgeladen? En vooral: wie controleert dat? Accu’s zijn geweldig tot het fout gaat: brand, rook en aanzienlijke schade.
Dit alles vraagt iets wat securityprofessionals kennen: gedrag sturen. Technische middelen, maar ook duidelijke regels, heldere uitleg, consequent handelen. Want de beste camera ter wereld helpt niet als de branddeur ernaast al maanden openstaat.
Pieter van Hoorn MSc is directeur van BVM Groep Nederland
Volg Security Management op LinkedIn







