Op het moment dat ik dit schrijf zijn de jaarverslagen 2025 van de AIVD en de MIVD verschenen. De conclusies zijn grotendeels dezelfde. In ruim tachtig jaar heeft ons land nog nooit op zo’n hoog niveau last ondervonden van cyber- en andere aanvallen in combinatie met een (hybride) oorlogsdreiging.
Overigens geldt dat in zekere zin ook voor de rest van Europa. Structureel vinden er iedere dag cyberaanvallen plaats. Criminelen en statelijke actoren zijn uit op strategische kennis van bedrijven en van de overheid. Maar ook financiële verrijking gebeurt meer dan geregeld, onder andere door afpersing. En ook de kans dat van iedereen de persoonlijke data op de verkeerde plek ligt, is groot. Ook schimmige politieke beïnvloeding en desoriënterend nepnieuws komen vanuit het buitenland structureel tot ons, in combinatie met aanslagen en moorden. Er wordt door veel partijen hard gewerkt aan preventie en opsporing. En er worden ook wel aanhoudingen verricht of verstorende activiteiten opgezet. De berichtgeving daaromtrent maakt ons bewuster van de risico’s en ook weerbaarder. Maar toch vraag ik mij al langere tijd af: wat is nou de afschrikkende werking van wat wij hiertegen doen?
Soms lijkt het alsof wij als een konijntje in de koplampen staren
Soms lijkt het alsof wij als een konijntje in de koplampen staren. Als ik de beschreven toename in die jaarverslagen zie, dan lijkt het erop dat het erg interessant en lucratief is voor de plegers van deze strafbare feiten om hier op nog grotere schaal mee door te gaan. De pakkans is klein, de effecten (materieel en immaterieel) zijn groot, de infrastructuur in Europa is prima voor deze activiteiten en wij in Europa hebben er onvoldoende antwoord op gezien de toename.
> LEES OOK: Jaarverslag AIVD: wereld vol conflict en botsende belangen
En dan heb ik het over samenwerking in Europees verband tussen publieke en private partijen. Inlichtingen- en opsporingsdiensten aan de ene kant en de hightechindustrie aan de andere kant. Een innovatie-accelerator past daarbij. In dit verband zouden we voorstellen aan de EU of wellicht verder aan de VN kunnen doen om door middel van gerichte sancties deze risico’s te verkleinen. Mét andere landen, omdat je door het vergelijken van data over landen heen, een nog beter overzicht krijgt van daders en hun modus operandi.
Immers, net als bij de aanpak van criminele organisaties, door het aanhouden en gevangenzetten van de daders, maar vooral ook met het financieel straffen (een variant op de plukzewetgeving) wordt het doorgaan met deze vormen van criminaliteit of terreur toch minder interessant. Als bewezen wordt dat de dader uit land X komt en dat land wil niet tot uitlevering overgaan, dan kan ook het land dat deze lui herbergt aangepakt worden. In zekere zin gebeurt dat al internationaal. Maar het kan beter.
Goed dat wij preventief bezig zijn en daarmee een zekere weerbaarheid krijgen, maar nog beter als wij kunnen terugslaan. Strijdbaar zijn. En dat door middel van een grensoverschrijdende aanpak.
Richard Franken is directeur van Franken Security Solutions. Daarvoor was hij directeur bij van Aetsveld, The Hague Security Delta, Trigion en Hoffmann bedrijfsrecherche.
Meer blogs van Richard Franken
Volg Security Management op LinkedIn
;



