Het succesverhaal van het Nederlandse Robin Radar Systems, gevestigd in Den Haag, is onlosmakelijk verbonden met een technologische innovatie die ooit begon bij TNO. Het bedrijf, dat in 2010 werd opgericht door de oprichter en CEO Siete Hamminga, vond zijn oorsprong in een specifieke behoefte van de Koninklijke Luchtmacht. Er werd gezocht naar een methode om de veiligheid op vliegbases zoals Volkel en Eindhoven te vergroten door het risico op aanvaringen tussen gevechtsvliegtuigen en vogels te minimaliseren. Marcel Verdonk, chief commercial officer bij Robin Radar, licht de groei van Robin Radar Systems toe.
Verdonk legt uit dat de wortels van het bedrijf letterlijk in de naam verankerd zitten: ‘Omdat dit TNO-project de naam Robin (Radar Observation of Bird Intensity) droeg, en ‘robin’ de Engelse benaming voor een roodborstje is, lag de keuze voor een naam voor zijn bedrijf met Robin Radar voor de hand.’ Hamminga zag de enorme potentie van deze techniek, nam de rechten over en transformeerde een wetenschappelijk project tot een commercieel bedrijf dat inmiddels een wereldwijde standaard zet in het detecteren van kleine vliegende objecten.
De vroege jaren: Veiligheid en ecologie
In de beginfase was de markt voor Robin Radar nog overzichtelijk en lag de primaire focus op de luchtvaartsector, met Schiphol als een van de eerste grote klanten. Hier draaide alles om ‘birdstrike avoidance’, waarbij de data van de radarsystemen het Wild Life Management Team op de grond in staat stelde om heel gericht vogels te verjagen op plekken waar zij een direct gevaar vormden voor het vliegverkeer. Verdonk benadrukt dat deze toepassing destijds puur gericht was op de veiligheid van passagiers en materieel.
Naarmate de maatschappelijke focus op duurzaamheid groeide, ontstond er echter daarnaast een nieuwe markt in de windenergiesector. Voor exploitanten van windparken op bijvoorbeeld de Noordzee werd het essentieel om aan te tonen dat hun turbines geen ecologische schade aanrichtten. Verdonk stelt hierover: ‘Het is duidelijk dat als je groene energie wilt opwekken, je niet tegelijkertijd de dood van vogels en vleermuizen op de koop toeneemt.’ De radarsystemen boden de oplossing door migratiepatronen nauwkeurig in kaart te brengen, waardoor beheerders turbines tijdelijk kunnen uitschakelen tijdens kritieke momenten.

Marcel Verdonk: ‘Met micro-doppler is het mogelijk om een bewegend object binnen een vliegend object te onderscheiden.’
De onvoorziene overstap naar dronedetectie
De transitie van vogeldetectie naar de beveiligingsmarkt voor drones was geen vooropgezet plan, maar vloeide voort uit de aard van de technologie zelf. Tijdens het testen van de vogelradars gebruikten de ingenieurs vaak kleine drones om vliegbewegingen na te bootsen. Het systeem bleek deze objecten feilloos op te pikken, wat volgens Verdonk het team deed inzien dat de radars breder inzetbaar waren: ‘Dat betekende uiteraard automatisch dat we ook in staat waren om drones waar te nemen.’ De echte commerciële en operationele versnelling vond plaats rond 2014, tijdens de Nuclear Security Summit in Den Haag. De veiligheidsdiensten zochten naar middelen om het luchtruim te beveiligen tegen ongewenste drones, en de technologie van Robin Radar bleek de ontbrekende schakel. Sindsdien is de securitytak van het bedrijf explosief gegroeid, mede gedreven door de toenemende toegankelijkheid van commerciële drones die door kwaadwillenden kunnen worden ingezet.
De techniek achter de detectie: Micro-doppler
Voor securityspecialisten is het grootste struikelblok bij dronedetectie het onderscheid tussen een drone en een vogel. In een stedelijke omgeving of nabij natuurgebieden krioelt het van de ‘clutter’ op een radarscherm. Waar grotere defensiesystemen ontworpen zijn om kruisraketten op honderden kilometers afstand te zien, specialiseert Robin Radar zich in de ‘short range’ tot rond 10 kilometer. Het geheime wapen hierbij is de zogenaamde micro-doppler-technologie. Verdonk legt uit dat dit systeem verder kijkt dan alleen de verplaatsing van een object door de lucht, omdat het bewegende onderdelen binnen het object kan waarnemen: ‘Met micro-doppler is het mogelijk om een bewegend object binnen een vliegend object te onderscheiden.’ Terwijl een vogel zijn vleugels beweegt met een specifiek biologisch ritme, heeft een drone propellers die met duizenden omwentelingen per minuut draaien. De radar analyseert deze minieme bewegingen en kan zo met zeer grote zekerheid vaststellen of een object een dreiging vormt. ‘Zien we geen propellers, dan is het een vogel en hoeft er geen alarm af te gaan’, voegt Verdonk toe.
Een gelaagde securityaanpak
Hoewel radar de hoeksteen is van het detectieproces, benadrukt Verdonk dat een robuust securityconcept voor het luchtruim altijd uit meerdere sensoren bestaat. De radar fungeert als de primaire sensor die 360 graden in de rondte scant en direct de coördinaten en hoogte van een indringer bepaalt. Zodra de radar een drone classificeert, wordt dit signaal vaak doorgegeven aan een camerasysteem voor visuele bevestiging. Een derde laag wordt gevormd door Radio Frequentie (RF) sensoren, die het signaal tussen de drone en de piloot onderscheppen. Dit stelt instanties in staat om het merk en type drone te bepalen en soms zelfs de locatie van de bestuurder te herleiden. Deze integratie is cruciaal voor kritieke infrastructuur zoals datacenters, havens en gevangenissen, waar de reactietijd minimaal is.
Geopolitieke invloeden en de markt van morgen
De huidige wereldorde heeft de vraag naar deze systemen in een stroomversnelling gebracht. De invasie van Rusland in Oekraïne heeft de manier waarop oorlog wordt gevoerd permanent veranderd. Verdonk omschrijft de situatie treffend: ‘Na de dreiging van Rusland volgde de inval in Oekraïne en die oorlog ontwikkelde zich als een drone-oorlog.’ Nederland heeft inmiddels diverse radarsystemen aan Oekraïne geleverd, die doorontwikkeld zijn voor mobiel gebruik op voertuigen. Ondanks deze militaire successen blijft het bedrijf kritisch op de eindbestemming van zijn techniek. Verdonk merkt op dat aanvragen uit enkele landen kunnen worden afgewezen uit ethische overwegingen: ‘Sommige van deze landen staan niet eens op de zwarte exportlijst staat, maar uit ethische overwegingen willen we niet er niet mee geassocieerd willen worden.’ Deze principes wegen zwaar, zelfs nu het personeelsbestand is gegroeid naar 250 medewerkers om aan de wereldwijde vraag te voldoen.
De toekomst van het luchtruim
Kijkend naar de nabije toekomst, ziet Verdonk een wereld waarin drones een alledaags onderdeel van ons logistieke systeem worden, van pakketbezorging tot medisch transport. Dit vraagt om een verregaande regulering en constante monitoring om de veiligheid in het drukke lagere luchtruim te garanderen. Robin Radar positioneert zich hierbij als een essentiële partner in het beheersbaar maken van deze nieuwe realiteit, met een sterke focus op een strategisch onafhankelijk Europa.
Menno Jelgersma
Compliance en juridische kaders
De inzet van radarsystemen is onderworpen aan strikte regelgeving waar securityspecialisten rekening mee moeten houden:
- Zendvergunningen: Voor het gebruik van de X-bandfrequenties waarop de radar opereert, is een vergunning van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) vereist om interferentie te voorkomen.
- Exportcontroles: Vanwege de dual-use-aard van de technologie is een End User Certificate (EUC) verplicht voor elke internationale levering buiten de EU.
- Privacy en AVG: De koppeling met camerasystemen moet voldoen aan de AVG-richtlijnen voor de opslag en verwerking van beelden bij specifieke objectbeveiliging.
Volg Security Management op LinkedIn








