Jurisprudentie door Rob Poort
Een parttimer bij een beveiligingsbedrijf meent dat hij gezien zijn leeftijd ook recht heeft op de extra vrije dagen die volgens de cao gelden voor fulltimers. Het College voor de Rechten van de Mens is het daarmee eens.
Een 62-jarige man werkt als beveiliger in deeltijd bij beveiligingsbedrijf Securitas. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Particuliere Beveiliging van toepassing. In artikel 82 van de cao staat dat een fulltimer vanaf 57 jaar minder mag werken met behoud van loon. Op het 57-ste jaar gaat het om 1 extra vrije dag per jaar. Dit aantal dagen loopt telkens met een dag per jaar op, tot maximaal 8 vrije dagen per jaar als de fulltimer 64 jaar is.
Met een beroep op dit artikel vraagt de man aan zijn werkgever extra vrije dagen. Dit verzoek wordt geweigerd, omdat hij in deeltijd werkt. Daarop stapt hij met Vakbond de Unie naar het College voor de Rechten van de Mens
Geen objectieve rechtvaardiging
Volgens artikel 7:648, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) mag een werkgever geen onderscheid maken tussen werknemers op grond van een verschil in arbeidsduur, tenzij een dergelijk onderscheid objectief gerechtvaardigd is.
Securitas wijst de aanvraag af, omdat de man niet fulltime werkt en maakt daarmee onderscheid op grond van een verschil in arbeidsduur. Het maakt niet uit dat dit onderscheid ook in de cao staat. De vraag is of er goede redenen zijn om dit onderscheid te kunnen maken. Securitas vindt van wel en geeft werknemers van 57 jaar en ouder, die dat nodig hebben, extra rust. Omdat deeltijders vanzelfsprekend al meer vrije tijd hebben dan voltijders vindt de werkgever dat alleen voltijders die extra rustdagen nodig hebben.
Het College vindt deze reden echter niet goed genoeg en vindt dat Securitas hiermee miskent dat werkbelasting sterk individueel wordt ervaren. Ook oudere deeltijders kunnen behoefte hebben aan extra rustdagen. En zo kan het ook zijn dat oudere voltijders juist geen behoefte hebben aan extra rustdagen. Bovendien kan de deeltijder naast het werk andere activiteiten hebben. De totale belasting van de deeltijder hoeft daarom niet te verschillen van een voltijder.
De man ontvangt het loon naar rato van zijn deeltijdfactor. Dat geldt ook voor het pensioen dat hij opbouwt. Door alleen voltijders extra vrije dagen te geven met behoud van loon ontstaat een beloningsverschil tussen een voltijder en de man. Dat staat niet in evenredige verhouding tot elkaar.
Omdat de redenen van Securitas niet gelden als objectieve rechtvaardiging, is het onderscheid verboden.
Aantekening
De Commissie Gelijke Behandeling die eerder dit soort zaken behandelde is in oktober 2012 opgegaan in het College voor de Rechten van de Mens. Het college spreekt oordelen uit in concrete situaties, maar deze zijn niet bindend.
College voor de Rechten van de Mens, Oordeel 2013-128
Mr. ing. R.O.B. Poort, Jurist en veiligheidskundige


